Onze minister die het aangaat kan per beroep waarvoor de Europese beroepskaart is ingevoerd nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betreffen de documenten die bij de aanvraag moeten worden gevoegd en kosten als bedoeld in artikel 30a1, derde lid, van de wet, die ten laste van de aanvrager van een Europese beroepskaart worden gebracht in verband met de procedures, bedoeld in titels 2.1 en 2.2.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
voor zover het de daarin opgenomen artikelen 1.19 en 1.19a betreft,
van de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek) (Stb. 2017, 306) in werking treedt.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.3
Artikel 35
Nadere regels per beroep
Onderdeel van Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2018