Uit de vorige paragraaf bleek al in algemene zin dat er bij de berging van vliegtuigwrakken en stoffelijke resten en bij de opsporing en ruiming van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog, de nodige overheidsbelangen zijn betrokken. In deze paragraaf worden die belangen vertaald naar verantwoordelijkheden van overheidsinstanties.
De beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het al dan niet laten uitvoeren van bergingen, opsporingen of ruimingen ligt bij het gemeentebestuur. Het is dus aan een gemeente, al dan niet op verzoek van een derde, een afweging te maken of een berging, opsporing of ruiming zal plaatsvinden. Het gemeentebestuur stelt indien nodig de ambassade van het land van herkomst van de nabestaande op de hoogte van een verzoek tot opgraving van stoffelijke resten en informeert de ambassade over het al dan niet toewijzen van het verzoek.
Die beslissingsbevoegdheid is primair gebaseerd op de verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de openbare orde en veiligheid in zijn gemeente en het feit dat de burgemeester het beste in staat is om de lokale situatie, omstandigheden en overige betrokken belangen bij zijn beslissing te betrekken. De Rijksoverheid voert in principe een ondersteunend beleid bij het bergen en ruimen.
Eventueel noodzakelijke beslissingen over prioriteitstelling van te bergen vliegtuigwrakken zullen worden genomen in overleg tussen de betrokken overheden. Het bergen van stoffelijke resten en het opsporen van gevaarlijke stoffen of ruimen van explosieven heeft hierbij een eerste prioriteit.
Op grond van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet kan de burgemeester bij bergingen, opsporingen en ruimingen, indien daartoe aanleiding bestaat, bevelen of algemeen verbindende voorschriften geven die hij ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar nodig acht. Deze bevelen of voorschriften kunnen bijvoorbeeld een verbod inhouden om het terrein waar de berging, opsporing of ruiming plaatsvindt te betreden, zonder toestemming van het bevoegd gezag.
Gemeenten die de exacte locatie van een vliegtuigwrak hebben vastgesteld en een beslissing nemen om niet tot berging over te gaan wordt geadviseerd om de desbetreffende locaties op een passende wijze te markeren. Het ligt in de rede dat dit gebeurt door een monument dan wel een gedenksteen.
De SOVB is belast met en verantwoordelijk voor het daadwerkelijke bergen van vliegtuigwrakken, in het geval een gemeente besluit tot berging over te gaan.
De BIDKL is namens de overheid verantwoordelijk voor de opsporing, berging en identificatie van vermiste (civiele, verzets- en militaire) Tweede Wereldoorlogslachtoffers en op basis van de vereiste zorgvuldigheid bij uitsluiting belast met en verantwoordelijk voor het bergen en identificeren van stoffelijke resten. De BIDKL voert deze taak uit conform de procedures die zijn neergelegd in de Wet op de lijkbezorging. Op de wraklocatie aangetroffen stoffelijke resten, persoonlijke bezittingen, uitrustingsstukken en persoonlijke wapens dienen onverwijld en zonder uitzondering aan de BIDKL te worden overgedragen.
De werkzaamheden verbonden aan opsporen – in de zin van het onderzoeken van een vermoedelijke vliegtuigwraklocatie met mogelijke aanwezigheid van explosieven – maken deel uit van een vliegtuigberging en wordt uitgevoerd door personeel van de EODD, dat gecertificeerd is volgens het ‘Werkveldspecifieke certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven’ (WSCS-OCE).
De EODD is op grond van een besluit van de ministerraad bij uitsluiting belast met en verantwoordelijk voor de werkzaamheden verbonden aan de ruiming van de gevonden explosieven.
Bij een opsporing of ruiming is de burgemeester in principe beslissingsbevoegd. De commandant van de ruimploeg is echter verantwoordelijk en beslissingsbevoegd voor zover het de veiligheid van zijn personeel betreft.
Het opsporen, verzamelen en overdragen van radioactieve stoffen mag worden gedaan door de PVE CBRNe van het Logistiek Centrum Woensdrecht of een externe instantie die op grond van de Kernenergiewet bevoegd is dergelijke werkzaamheden te verrichten. De SOVB beschikt over de op grond van artikel 29 van de Kernenergiewet vereiste vergunning. Overdracht, door tussenkomst van de PVE CBRNe, mag uitsluitend plaatsvinden aan de COVRA.
Het opsporen, verzamelen en overdragen van asbesthoudende stoffen mag worden gedaan door de DTA van het ministerie van Defensie of door de SOVB of door een externe instantie die beschikt over de vereiste vergunning op grond van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
Artikel 5
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Onderdeel van Circulaire Vliegtuigberging· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2016