**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op:
declaraties 2014 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2016, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2017 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van medisch-specialistische zorg en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties voor geriatrische revalidatiezorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
het VPPKB 2014, het VPPKB 2015 en het VPPKB 2016.
**2.** Het Zorginstituut herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot 2014, 2015 en 2016 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2014, 2015 en 2016.
**3.** Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties uit het eerste lid, de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2017 in welke MHK klasse een verzekerde wordt ingedeeld.
**4.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen MHK’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen MHK’ in.
Hoofdstuk III
Artikel 49
MHK
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2017· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2016