**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium GGG per zorgverzekeraar op:
declaraties 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor kosten geriatrische revalidatiezorg, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
het VPPKB 2016.
**2.** Het Zorginstituut herleidt het percentage in de klasse ‘GGG kosten in top 0,275 procent’ tot een drempelbedrag.
**3.** Het Zorginstituut bepaalt op basis van de declaraties uit het eerste lid, onderdeel a, het drempelbedrag uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2017 per of de verzekerde in de klasse ‘GGG kosten in top 0,275 procent’ valt.
**4.** Het Zorginstituut deelt op grond van artikel 10, achtste lid, van de Regeling verzekerden met kosten gelijk aan het drempelbedrag naar rato in bij de betreffende klassen.
**5.** Indien de percentielgrens gelijk is aan nul euro deelt het Zorginstituut, op grond van artikel 10, negende lid, van de Regeling, verzekerden met kosten op de percentielgrens in bij de klasse ‘Geen GGG’.
**6.** Als een verzekerde niet in de klasse ‘Kosten in top 0,275 procent’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij klasse ‘Geen GGG’.
Hoofdstuk III
Artikel 52
GGG
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2017· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2016