Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 55

DKG GGZ

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2017· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2016

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG GGZ 2017 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 8 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2018 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s GGZ die in 2016 geopend zijn; declaraties 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2017, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 2. Het Zorginstituut koppelt op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b aan het VPPKB en betrekt daarbij de opgave, bedoeld in het vorige lid, onderdeel c. Het Zorginstituut bepaalt op basis hiervan met inachtneming van bijlage 8 van deze Beleidsregels per verzekerde in welke DKG GGZ klasse de verzekerde valt. Als de verzekerde in meerdere DKG GGZ klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke DKG GGZ klasse in. 3. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘5’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ in.

Rechtspraak bij dit artikel