**1.** Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium IGG per zorgverzekeraar op:
de indeling in IGG klassen zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 10 van deze Beleidsregels;
de opgave van de zorgverzekeraar aan het Zorginstituut per 1 juni 2018 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s GGZ die in 2016 geopend zijn;
declaraties langdurige GGZ 2016 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd;
declaraties langdurige GGZ 2015 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2018 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd.
**2.** Het Zorginstituut koppelt de declaraties, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, c en d op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2017 en bepaalt op basis hiervan met inachtneming van bijlage 10 van deze Beleidsregels in welke IGG klasse de verzekerde valt. Als de verzekerde in meerdere IGG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke IGG klasse in.
**3.** Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen IGG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen IGG’ in.
Hoofdstuk III
Artikel 59
IGG
Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2017· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 23 oktober 2016