Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 november 2016

1. Ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een peilstok verdeeld in eenheden van lengte zijn in of aan het meetreservoir voorzieningen aangebracht die geschikt zijn om voldoende nauwkeurige controlemetingen van de met de peilstok gemeten hoogte van de vloeistofspiegels te kunnen uitvoeren. 2. Ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een vloeistofhoogtemeter is het meetreservoir voorzien van een referentiepunt dat een vaste positie heeft ten opzichte van de vloeistofhoogtemeter met behulp waarvan voldoende nauwkeurige controlemetingen van de met de vloeistofhoogtemeter gemeten hoogte van de vloeistofspiegels kunnen worden uitgevoerd. 3. Ingeval van een statische vloeistofhoeveelheidmeter met een massameter is het meetreservoir voorzien van een referentiepunt met behulp waarvan: de verticale afstand tussen de dipplaat en het referentiekenmerk van de onderste meetwaardeopnemer binnen 2 mm van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald; en de verticale afstand tussen de referentiekenmerken van de onderste meetwaardeopnemer en de eventuele tweede meetwaardeopnemer die wordt gebruikt om de vloeistofdichtheid te meten, binnen 0,1% van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald.

Rechtspraak bij dit artikel