De meetwaardeopnemer van een massameter is voorzien van een referentiekenmerk welke een vaste positie heeft ten opzichte van een referentiepunt van het meetreservoir en met behulp waarvan:
de verticale afstand tussen de dipplaat en het referentiekenmerk van de onderste meetwaardeopnemer binnen 2 mm van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald en gecontroleerd;
de verticale afstand tussen de referentiekenmerken van de onderste meetwaardeopnemer en een eventuele tweede meetwaardeopnemer die wordt gebruikt om de vloeistofdichtheid te meten binnen 0,1% van de in de verwerkingseenheid vast ingestelde lengte kan worden bepaald en gecontroleerd.
Hoofdstuk 3 › § 3.3
Artikel 32
Artikel 32
Onderdeel van Regeling nationaal autonoom geregelde meetinstrumenten· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 november 2016