Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Afstemming van de bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregel boete werknemer 2017· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

1. Om tot een evenredige bestuurlijke boete te komen wordt de bestuurlijke boete afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval, zoals bedoeld in artikel 5:46, tweede lid, van de Awb. 2. Bij recidive wordt opnieuw getoetst aan de uitgangspunten voor evenredige bestuurlijke boeteoplegging. 3. In de wet is de maximale boete vastgesteld en in het Boetebesluit socialezekerheidswetten zijn uitgangspunten gegeven voor een evenredige boeteoplegging. In aanvulling hierop hanteert het UWV de volgende uitgangspunten: indien bij overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van geringe verwijtbaarheid, hanteert het UWV een boetepercentage van 10%; indien bij overtreding van de inlichtingenverplichting sprake is van geringe verwijtbaarheid, wordt geen hogere bestuurlijke boete opgelegd dan 10/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie van categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht; 4. Er is in ieder geval sprake van geringe verwijtbaarheid indien betrokkene binnen een jaar na aanvang van de overtreding alsnog uit eigen beweging de juiste en volledige inlichtingen heeft verstrekt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet socialezekerheidswetten (regeling van bestuurlijke boete) [Stb. 2016/318] in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel