In de vergunning wordt opgenomen dat geen prijzen worden uitgeloofd of uitgekeerd buiten de in de vergunning genoemde trekkingen.
Aan de vergunning worden voorwaarden verbonden betreffende:
De gegevens die gedrukt worden op de loten en in andere publicaties aangaande het incidenteel kansspel;
Het bekendmaken van de uitslag van de trekkingen;
De uitkering van de prijzen.
Het aantal in omloop te brengen deelnamebewijzen;
De nominale waarde van een deelnamebewijs;
De looptijd van de vergunning;
De datum van de trekking(en);
De goede doelen afdracht;
De bescherming van minderjarigen;
de uitbesteding van de uitvoering van (een deel van) het kansspel.
Als bij de aanvraag gerede twijfel bestaat of de vergunninghouder zal kunnen voldoen aan de verplichting om ten minste 40% van de nominale waarde van de verkochte deelnamebewijzen ten goede te laten komen aan de in de vergunning aangewezen begunstigden, kan aan de vergunning de voorwaarde verbonden worden dat de vergunninghouder zekerheid stelt voor de afdracht aan het gekozen doel.
Artikel 5
De vergunning
Onderdeel van Beleidsregels incidentele artikel 3 loterijvergunningen· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 31 oktober 2020