Het laboratorium waaraan de onderzoeker, bedoeld in artikel 15, eerste lid, is verbonden, legt na ontvangst van de buisjes of het buisje met bloed de volgende gegevens in een bestand vast:
de datum van ontvangst van de buisjes of het buisje,
de sporenidentificatienummers, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder a en c,
de naam, het geslacht, de geboortedatum en het burgerservicenummer van de verdachte wiens het bloed het betreft, en
de naam van de opdrachtgever van het bloedonderzoek.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek
van Strafvordering (introductie bevoegdheid tot het bevelen van
middelenonderzoek bij gewelgdplegers enz.) (Stb. 2016/353) in
werking treedt.
§ 5 › § 5.2
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017