Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beoordeling

Onderdeel van Samenwerking Musea 2017· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

1. Het bestuur stelt selectierondes voor aanvragen voor museale samenwerkingen vast conform artikel 4, eerste lid van het Algemeen Reglement van het Mondriaan Fonds. 2. Bij de beoordeling van een aanvraag voor samenwerking geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het belang van het voorstel voor het cultureel erfgoed en/of de hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Daarbij beoordeelt het of: het voorgelegde plan op overtuigende wijze voorbeeldstellend of anderszins bijzonder is, de kwaliteit van de positie van de betrokken instellingen van belang is voor cultureel erfgoed en/of de hedendaagse beeldende kunst in Nederland, de samenwerking een kwalitatieve en/of kostenbesparende meerwaarde heeft en een duurzaam resultaat oplevert, de opgedane kennis ten goede komt aan het museale veld, zodat deze kennis duurzaam geborgd wordt, het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken en indien van toepassing een grotere zichtbaarheid van de collectie wordt bereikt, indien van toepassing het plan leidt tot grotere diversiteit en regionale spreiding. 3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag. 4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage en de periode waarover de financiële bijdrage wordt verstrekt. 5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel