Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beoordeling

Onderdeel van Deelregeling Incidentele Aankopen 2017· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 25 juni 2025

1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een incidentele aankoop geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het kunst- en/of cultuurhistorische belang van de aankoop en de relevantie daarvan voor het publiek. Daarbij betrekt het bevoegd adviesorgaan de volgende aspecten in zijn oordeel: de kunst- en/of cultuurhistorische waarde van het object of de deelcollectie met ensemblewaarde, het belang van de aankoop voor de Collectie Nederland, het belang van de aankoop voor de specifieke collectie van de aanvragende instelling, het belang en de reputatie van de aanvragende instelling, de kwaliteit van het presentatieplan en de mate van zichtbaarheid, de onderbouwing van de prijs, de conditie en het onderzoek naar de herkomst van het object of de deelcollectie met ensemblewaarde. 2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd, telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft. 3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten en voorzover van toepassing de in het tweede lid genoemde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voorzover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag. 4. Een positief advies kan vergezeld worden van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage. 5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan in verband met het beperkte budget verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, het tweede lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel