Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 2017

1. Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van alcoholgebruik worden aangewezen: de ogen: bloeddoorlopen ogen; de spraak: slecht articuleren, langzaam praten, niet goed uit de woorden kunnen komen, of met dubbele tong praten; de motoriek: niet in rechte lijn kunnen lopen, zwalken of onvast op de benen staan. 2. Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer middelen als bedoeld in artikel 3 van het Besluit, worden aangewezen: de ogen: wijd opengesperde ogen, waterige of wazige ogen, bloeddoorlopen ogen, heen en weer of wegrollende ogen, hangende oogleden of trillende oogleden; de pupillen: groter dan 5 millimeter bij daglicht of direct licht, langzaam reagerend, knipperend of geen reactie vertonend; de spraak: onsamenhangende taal, woordenvloed, stamelen of stotteren; de motoriek: onvast ter been, trillen, zich veelvuldig krabben, wrijven of plukken aan de kleding of bewegingsdrang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel