**1.** Voor de bloedafname ten behoeve van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit worden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven:
twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed;
een universeel bloedafname systeem, voorzien van een prikbeschermer na bloedafname;
een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine;
een steriel verpakt gaascompres;
een steriel verpakte wondpleister.
**2.** De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
**3.** De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.
**4.** Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven:
een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur;
een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes;
een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes;
drie fraudebestendige sluitzegels.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 20 september 2024