Voorheen heette deze factor “bijzonder wapen”: het thuis voorhanden hebben van een wapen dat het karakter van oudheid draagt of deel uitmaakt van een verzameling of wandversiering of niet voor gebruik als zodanig geschikt te maken is. Thans is voor het toepassen van strafvermindering alleen nog van belang de vraag of het wapen op een eenvoudige manier gebruiksklaar kan worden gemaakt of niet.
Voor een toelichting op de andere onderstreepte begrippen zie de Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen.
Artikel 10
Het wapen is niet gebruiksklaar en niet met eenvoudige hulpmiddelen weer bruikbaar te maken.
Onderdeel van Richtlijn voor strafvordering wapens en munitie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017