De minister kan een omzettingsverzoek goedkeuren indien:
sinds het tijdstip van afgifte van de S&O-verklaring niet meer dan vijf jaren zijn verstreken;
de S&O-verklaring betrekking heeft op een periode vallende binnen het kalenderjaar 2016 of later;
er sprake is van:
een overgang onder algemene titel, zoals een fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek,
een overdracht waarbij alle rechten en plichten van de overdragende S&O-inhoudingsplichtige zijn overgegaan op een met de overdragende S&O-inhoudingsplichtige verbonden overnemende S&O-inhoudingsplichtige in de zin van artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964,
een overdracht waarbij alle speur- en ontwikkelingswerkzaamheden en, indien van toepassing, de kosten en uitgaven zijn overgegaan op een met de overdragende S&O-inhoudingsplichtige verbonden overnemende S&O-inhoudingsplichtige in de zin van artikel 10a, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, of
de onderneming van de overdragende S&O-inhoudingsplichtige met toepassing van artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt omgezet in de vorm van een door een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gedreven onderneming;
de overnemende S&O-inhoudingsplichtige ten aanzien van een ingediende aanvraag voor een S&O-verklaring die betrekking heeft op een periode die is gelegen voor 1 januari 2022, geen S&O-verklaringen heeft ontvangen die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op dezelfde periode als de periode waarop het omzettingsverzoek ziet; en
de overnemende S&O-inhoudingsplichtige kan aantonen dat hij de speur- en ontwikkelingswerkzaamheden heeft verricht en, indien van toepassing, de kosten en uitgaven heeft gerealiseerd waarvoor de S&O-verklaring is afgegeven.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Beleidsregels omzetten S&O-verklaringen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2022