De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de vrijstelling een objectief karakter draagt1HR 27 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AS4122 en AS 4123. De hoedanigheid van de lijkbezorger dient te worden vastgesteld aan de hand van het geheel van diensten waaruit zijn onderneming bestaat. Slechts die diensten zijn vrijgesteld die kenmerkend en essentieel zijn voor de diensten die door een lijkbezorger worden verricht. Een ieder die deze kenmerkende en essentiële diensten verricht kwalificeert als een lijkbezorger die op die diensten de btw-vrijstelling mag toepassen.
Uit de ontstaansgeschiedenis van de vrijstelling en naar maatschappelijke opvattingen betreft het bijvoorbeeld de volgende diensten:
de verzorging en opbaring van het lichaam van de overledene;
het dragen van de lijkkist;
de verzorging van de uitvaartplechtigheid;
de teraardebestelling of crematie (inclusief de asverstrooiing).
Leveringen door lijkbezorgers die in een rechtstreeks verband staan met de door hen verrichte kenmerkende en essentiële diensten kunnen in de vrijstelling delen. Van een rechtstreeks verband is sprake als die leveringen onlosmakelijk zijn verbonden met de kenmerkende en essentiële diensten van de lijkbezorger. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de levering van een lijkomhulsel en de levering van rouwkaarten.
Diensten die onderdeel uitmaken van de kenmerkende en essentiële dienst die de lijkbezorger verricht, delen in de vrijstelling. Dat is bijvoorbeeld het geval voor het vervoer van de overledene dat plaatsvindt in het kader van de uitvaart en dat wordt verricht door degene die zich heeft verbonden om de hele uitvaartplechtigheid te verzorgen. Dat is ook het geval bij het vervoer van de overledene naar het mortuarium als dat vervoer plaatsvindt door de lijkbezorger die de verzorging en opbaring van het lichaam op zich heeft genomen.
Lijkbezorgers die de vrijstelling niet hebben toegepast op het hiervóór bedoelde vervoer van een overledene hoeven de hieraan toe te rekenen btw die in het verleden in aftrek is gebracht niet te corrigeren. De teveel over de vervoersdienst voldane btw komt dan ook niet voor teruggaaf in aanmerking. De hier bedoelde lijkbezorgers die de vrijstelling voor deze vervoerdiensten niet hebben toegepast, dienen vanaf 1 januari 2017 de jaarlijkse herziening toe te passen voor zover de herzieningsperiode op de aangeschafte bedrijfsmiddelen nog niet is verstreken. In een voorkomend geval dient de lijkbezorger vanaf 1 januari 2017 de vrijstelling toe te passen op de hier bedoelde vervoersdiensten.
Horeca-verstrekkingen zijn niet kenmerkend en essentieel voor een lijkbezorger; de vrijstelling is op die prestaties niet van toepassing2HR 23 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK0916.
Tijdens de parlementaire behandeling bij de invoering van de wet is vastgesteld dat ook de diensten verricht door exploitanten van begraafplaatsen en crematoria onder de vrijstelling vallen (Kamerstukken 1968, 9324, Memorie van Antwoord). Een aanpassing van de wettekst werd niet nodig geacht. Daaruit moet worden afgeleid dat de wetgever destijds van mening was dat de hier bedoelde exploitanten (rechtstreeks) onder de werking van artikel 11, eerste lid, onderdeel h, van de wet vallen. Hieraan doet niet af dat de hier bedoelde diensten van deze exploitanten later bij wijze van goedkeuring onder de vrijstelling zijn gebracht.
Gelet op de uitleg die de Hoge Raad aan deze vrijstelling geeft, dient het ook in deze gevallen te gaan om diensten die kenmerkend en essentieel zijn voor dergelijke exploitanten. Voor exploitanten van begraafplaatsen gaat het dan bijvoorbeeld om het vestigen van het recht van eigen graf. Voor exploitanten van crematoria zou het dan bijvoorbeeld gaan om de feitelijke crematie en bijzetting in een columbarium.
Artikel 2
Reikwijdte van de vrijstelling
Onderdeel van Omzetbelasting, vrijstellingen voor de diensten door lijkbezorgers, crematoria en exploitanten van begraafplaatsen· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 december 2016