Op grond van artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit ontvangt de voorzitter per maand een ambtstoelage, naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.
In het tweede lid van dat artikel is bepaald dat de ambtstoelage van de voorzitter per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumenten-prijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar.
De consumentenprijsindex voor 2016 is bepaald op 100,57. Voor 2015 was dit indexcijfer 100,5. Procentueel is dat een verhoging van 0,1. Dit betekent dat het bedrag van de ambtstoelage per 1 januari 2017 wordt verhoogd met 0,1%.
Voor uw informatie meld ik u dat het CBS voor het bepalen van het indexcijfer het basisjaar heeft gewijzigd. Het basisjaar dat tot nu toe gehanteerd werd voor dit indexcijfer was 2006; dat is nu het jaar 2015 geworden.
Het bedrag genoemd in artikel 3.26, eerste lid, van het Waterschapsbesluit wordt per 1 januari 2017 gewijzigd in € 381,03 per maand (was € 380,65), naar evenredigheid van de vastgestelde tijdsbestedingsnorm.
Artikel 2
Ambtstoelage van een voorzitter
Onderdeel van Circulaire (onkosten)vergoeding 2017 voor politieke ambtsdragers van waterschappen· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017