Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 25

Artikel 25

Onderdeel van Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 16 juni 2018

1. Bij een beoordeling van een halfjaar- en jaarrapportage stelt een beoordelaar ten minste vast of: het in de halfjaar- en jaarrapportage verwoorde plan en de daarin uitgewerkte (leer-) doelstellingen voor de desbetreffende rapportageperiode op hoofdlijnen zijn gerealiseerd en dat afwijkingen van en aanpassingen op het plan duidelijk zijn aangegeven en gemotiveerd; de werkzaamheden gedurende het opgegeven aantal uren zijn verricht; mede op grond van het oordeel van de praktijkbegeleider bij de opdrachten de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd, maar waarbij ook de uitzonderingen en afwijkingen zijn vermeld; de werkzaamheden en de daaraan gekoppelde vaardigheden op het gewenste niveau zijn uitgevoerd respectievelijk zijn eigengemaakt; de behaalde studieresultaten steeds worden vermeld en dat de gevolgen hiervan voor het verdere verloop van de praktijkopleiding in de halfjaar- en jaarrapportage zijn vermeld; de op het vereiste niveau bereikte vaardigheden zijn verkregen in overeenstemming met het desbetreffende deel van de theoretische opleiding dan wel na voltooiing daarvan; en de halfjaar- en jaarrapportage voldoen aan de eisen die daaraan bij en krachtens de verordening mogen worden gesteld. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, beoordeelt een beoordelaar van een halfjaar- en jaarrapportage van een trainee die de praktijkopleiding in de oriëntatie Assurance volgt, of de trainee een verband kan leggen tussen het type organisatie waarop een controle-opdracht waarbij de trainee betrokken is betrekking heeft en de ter zake gekozen risico-benadering.

Rechtspraak bij dit artikel