**1.** De leden van de raad hebben op persoonlijke titel zitting in de raad en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.
**2.** Voor de leden geldt dat deze:
niet lid zijn van een bestuur dan wel een raad van toezicht of advies van een soortgelijke organisatie ressorterend onder de Minister;
gedurende een periode van drie jaar voorafgaand aan het lidmaatschap niet in dienst zijn geweest van de NIWO;
geen ambtenaar zijn in dienst van het Rijk.
**3.** De raad zal de onafhankelijkheid van de individuele leden en de raad als college bewaken.
Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen de NIWO en de leden van de raad wordt vermeden. Een dergelijke belangenverstrengeling wordt in ieder geval geacht te bestaan wanneer de NIWO voornemens is een transactie aan te gaan met een entiteit:
waarin een lid persoonlijk een materieel financieel belang houdt;
waarvan een directeur een familierechtelijke verhouding heeft met een lid van de raad; of,
waarbij een lid van de raad een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult.
Hoofdstuk 4
Artikel 18
Onafhankelijkheid en belangenverstrengeling
Onderdeel van Reglement werkwijze NIWO· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 3 januari 2017