Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De melding

Onderdeel van Beleidsregels ‘Meldingen in het kader van een projectvergunning’· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 4 maart 2017

1. De vergunninghouder die voornemens is een verandering aan te brengen in het project waarvoor de Centrale Commissie Dierproeven aan hem een projectvergunning heeft verleend waarop de Wod van toepassing is, doet daarvan dan wel vóór aanvang van de verandering dan wel achteraf, op het tijdstip als omschreven in artikel 4 lid 1 melding aan de Centrale Commissie Dierproeven. 2. Alvorens de melding als bedoeld in het vorige lid te doen bij de Centrale Commissie Dierproeven, vraagt de vergunninghouder een beoordeling door de IvD omtrent de mate van ongerief die de beoogde verandering in het project teweeg brengt en de in artikel 7 genoemde bijzondere situaties. 3. Een melding als bedoeld in lid 1 van dit artikel bevat de volgende gegevens: De naam van het project en het projectnummer; Een beschrijving van de verandering in het project; De onderbouwing van de verandering in het project; Het oordeel van de IvD of sprake is van geen dan wel positieve gevolgen voor het dierenwelzijn; Een aanvulling of aanpassing van de NTS indien na de beoogde verandering de NTS geen juiste weergave meer geeft van het project; De datum van het doorvoeren van de verandering in het project; De handtekening van de vergunninghouder of diens gemachtigde. 4. Voor de melding wordt gebruik gemaakt van het formulier ‘aanvraagformulier’. 5. Voor het oordeel van de IvD en onderbouwing van de verandering in het project mag gebruik worden gemaakt van bijlagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel