Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beoordeling

Onderdeel van Deelregeling Mobiel Erfgoed· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 22 maart 2017

1. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een bijdrage mobiel erfgoed geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het bijzondere belang van het projectvoorstel voor het mobiel erfgoed en de burger. of het voorgelegde plan voorbeeldstellend of anderszins bijzonder is, of op inspirerende wijze een passend publiek wordt bereikt waardoor de relatie tussen mobiel erfgoed of en de burger wordt versterkt, de onderzoekende en/of vernieuwende houding van de aanvrager en de wijze waarop deze naar buiten treedt om een passend publiek te vinden en dat publiek aan zich weet te binden, de mate waarin het project bijdraagt aan de professionalisering en versterking van de sector mobiel erfgoed als geheel, de mate waarin verbindingen tussen de deelsectoren weg, water, lucht en rail worden gelegd, en het draagvlak voor de activiteit. de allianties die de aanvrager aangaat om verbinding te leggen met anderen om een betekenisrijk project tot stand te brengen, het belang van het presentatieplan wordt beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken. 2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd, telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan meerwaarde heeft. 3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing het in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid en voor zover van toepassing de in het tweede lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag. 4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen bijdrage en over de periode waarover de financiële bijdrage verstrekt wordt. 5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel