De volgende kosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking:
kosten ten behoeve van werknemers, anders dan de schoolleider;
kosten van het uitroosteren van de schoolleider en het aanstellen of benoemen van vervangend personeel;
kosten van aanstelling of benoeming van een interim--manager;
kosten die schoolbesturen/bureaus in rekening brengen, voor het indienen van de aanvraag ten behoeve van de schoolleider;
reis- en verblijfskosten van coach en schoolleider;
les- en materiaalkosten, indien deze >15% van de totale begroting zijn.
Hoofdstuk 1
Artikel 4
Niet-subsidiabele kosten
Onderdeel van Regeling Subsidie Lerend Werken· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 november 2020