**1.** Wij dienen in elk geval uiterlijk op 1 juni en op 1 december van het begrotingsjaar de voorstellen van wet tot wijziging van de begrotingsstaten bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in.
**2.** In afwijking van het eerste lid kunnen Wij Onze Minister van Financiën machtigen de voorstellen van wet tot wijziging van de begrotingsstaten bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal in te dienen.
**3.** Onze Minister van Financiën biedt uiterlijk op 1 juni en op 1 december van het begrotingsjaar de Voorjaarsnota, respectievelijk de Najaarsnota, aan de Staten-Generaal aan.
**4.** De Voorjaarsnota bevat in elk geval:
de wijziging van het budgettaire totaalbeeld, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder a;
een overzicht van de wijzigingen in de uitgaven en de ontvangsten in de begrotingen voor het begrotingsjaar en de vier daarop aansluitende jaren.
**5.** De Najaarsnota bevat in aansluiting op de Voorjaarsnota in elk geval:
de wijziging van het budgettaire totaalbeeld, bedoeld in artikel 2.23, vierde lid, onder a;
een overzicht van de nadere wijzigingen in de uitgaven en de ontvangsten in de begrotingen voor het begrotingsjaar.
Hoofdstuk 2 › § 4
Artikel 2.26
Indienen van voorstellen van wet inzake de suppletoire begrotingsstaten
Onderdeel van Comptabiliteitswet 2016· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018