**1.** Onze Minister die het aangaat voert overleg met Onze Minister van Financiën en de Algemene Rekenkamer over:
de bij of krachtens de wet te stellen regels die betrekking hebben op de taken of bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer;
een wettelijke regeling als bedoeld in artikel 4.7, derde lid, onder a, voor zover die wettelijke regeling betrekking heeft op het oprichten, mede-oprichten of doen oprichten van privaatrechtelijke rechtspersonen door de Staat.
**2.** Onze Minister die het aangaat voert in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Financiën, overleg met de Algemene Rekenkamer over ontwerp EU-regelgeving voor zover die betrekking heeft op de positie, taken of bevoegdheden van nationale rekenkamers.
**3.** Onze Minister van Financiën voert overleg met de Algemene Rekenkamer over de bij of krachtens deze wet te stellen regels, met uitzondering van de regels over:
het inrichten van de rijksbegroting, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onderdeel a;
het begrotingsproces, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onderdeel b;
het begrotingsbeheer, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onderdeel d;
de financiële administratie voor zover het de begrotingsadministratie betreft, bedoeld in artikel 4.20, eerste lid, aanhef en onderdeel e.
**4.** Onze Minister die het aangaat verbindt een redelijke termijn aan het overleg met de Algemene Rekenkamer, bedoeld in het eerste tot en met derde lid.