**1.** De bachelor medisch hulpverlener is bevoegd tot:
het geven van een subcutane, intramusculaire of intraveneuze injectie;
het verrichten van een catheterisatie van de blaas bij volwassenen alsmede het inbrengen van een maagsonde of een infuus;
het verrichten van een venapunctie;
het verrichten van electieve cardioversie;
het verrichten van de volgende handelingen in het kader van acute zorg:
het toepassen van defibrillatie;
het in-, of extuberen van de luchtpijp met een orale of nasale tube;
het toepassen van een drainagepunctie bij een spanningspneumathorax.
**2.** De bevoegdheid, genoemd in het eerste lid, geldt uitsluitend voor zover het betreft:
handelingen die vallen binnen het deskundigheidsgebied, bedoeld in artikel 6;
handelingen van een beperkte complexiteit;
routinematige handelingen;
handelingen waarvan de risico’s te overzien zijn;
handelingen die worden uitgeoefend volgens landelijke geldende richtlijnen, standaarden en daarvan afgeleide protocollen.
§ 5
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Tijdelijk besluit zelfstandige bevoegdheid bachelor medisch hulpverlener· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2017