De brigades staan onder leiding van de brigadecommandanten die allen zijn belast met:
het, met inachtneming van de aanwijzingen en de richtlijnen van de Commandant Landstrijdkrachten, geven van de ambtelijke leiding aan de brigade;
het operationeel gereed stellen van eenheden en het in stand houden van de gereedheidstatus;
het formeren, inzet gereed stellen en bijdragen aan de instandhouding van operationeel gerede respectievelijk ingezette eenheden;
het uitvoeren van nazorg en recuperatie van operationeel ingezette eenheden;
het als commandant militaire middelen leiding geven aan de inzet van militaire capaciteit ter ondersteuning van civiele autoriteiten bij nationale crisisbeheersing en rampenbestrijding;
het in haar regio coördineren van activiteiten op het gebied van maatschappelijke dienstverlening;
het onderhouden van relaties met civiele overheden, het bedrijfsleven en de burgerij in haar regio;
het uitvoeren van regionale en/of lokale eerstelijns geneeskundige en tandheelkundige verzorging voor militair personeel;
het uitvoeren van militaire bijstand en militaire steunverlening;
het leveren van een bijdrage aan de informatiebehoefte van de Commandant Landstrijdkrachten, gegeven het eigen terrein van verantwoordelijkheid.
Artikel 10
De brigades (11-13-43)
Onderdeel van Subtaakbesluit Commando Landstrijdkrachten 2015· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 19 april 2017