Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Horen

Onderdeel van Klachtenregeling TNO 2005· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 23 maart 2006

1. De klachtenbehandelaar stelt de klager en de betrokkene in de gelegenheid schriftelijk of mondeling te worden gehoord. 2. Van het horen van de klager kan worden afgezien indien de klacht kennelijk ongegrond is of de klager heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. 3. De klager kan zich door een ander laten vertegenwoordigen of laten bijstaan. Indien iemand anders namens de klager ter hoorzitting verschijnt, dient deze een schriftelijke machtiging van de klager te kunnen tonen. 4. De klachtenbehandelaar heeft de bevoegdheid derden te horen. 5. Van het horen wordt een verslag gemaakt door de klachtenbehandelaar. 6. Wanneer de klager, de betrokkene en eventuele derden afzonderlijk worden gehoord, dan stelt de klachtenbehandelaar de klager en de betrokkene in de gelegenheid om hun zienswijze te geven op hetgeen in de verslagen is opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel