Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.5

Toezicht op de directeur

Onderdeel van Reglement raad van toezicht Staatsbosbeheer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016

1. De raad van toezicht ziet erop toe dat de directeur geen nevenfuncties vervult die, naar het oordeel van de raad van toezicht, ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van zijn functie als bestuurder van Staatsbosbeheer. De directeur meldt al zijn nevenfuncties, anders dan onbezoldigde functies uit hoofde van zijn functie als directeur van Staatsbosbeheer, aan de raad van toezicht. 2. Besluiten van of namens de directeur waarbij sprake kan zijn van tegenstrijdigheid van de belangen van Staatsbosbeheer en die van de directeur behoeven goedkeuring van de raad van toezicht. Dergelijke besluiten worden gepubliceerd in het jaarverslag, met vermelding van het tegenstrijdig belang. 3. De directeur meldt een situatie als bedoeld in het vorige lid zelf terstond aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft daarover alle relevante informatie. De raad van toezicht besluit buiten aanwezigheid van de directeur of sprake is van een tegenstrijdig belang.

Rechtspraak bij dit artikel