**1.** De artikelen 1.58 en 1.59 van de Wet kinderopvang zijn van overeenkomstige toepassing op de houder van een peuterspeelzaal die op de dag voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 31 mei 2017 tot wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en enkele andere wetten in verband met de harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot kindercentra en peuterspeelzalen (Stb. 2017, 252) overeenkomstig artikel 2.3, tweede lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen is geregistreerd en op dat tijdstip nog geen oudercommissie of reglement voor de oudercommissie als bedoeld in de artikelen 2.15 en 2.16 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen heeft vastgesteld.
**2.** Een advies of een verzoek om een advies van een oudercommissie als bedoeld in artikel 2.17 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 31 mei 2017 tot wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en enkele andere wetten in verband met de harmonisatie van de regelgeving met betrekking tot kindercentra en peuterspeelzalen (Stb. 2017, 252) beschouwd als een advies of een verzoek om advies uit te brengen als bedoeld in artikel 1.60, eerste lid, van de Wet kinderopvang. Artikel 1.60, tweede tot en met vijfde lid, van de Wet kinderopvang is van overeenkomstige toepassing.
Artikel XVII
Overgangsbepaling oudercommissie
Onderdeel van Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018