**1.** Aan de ANVS wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het nemen van besluiten en het verrichten van overige handelingen die verband houden met:
het aanvragen van een vergunning op grond van Verordening (EG) nr. 428/2009 van de Raad van 5 mei 2009 tot instelling van een communautaire regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (PbEU 2009, L 134);
artikelen 5, eerste lid, 6, 8, 11, eerste, derde, zesde, zevende en achtste lid, 12, eerste en tweede lid, 13, 18, 19, eerste, tweede en vierde lid, 22, 23, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 25, tweede en derde lid, 27, eerste en derde lid, 28, eerste, tweede en derde lid, 29, 30c, 31, tweede lid, en 35 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties in verband met gereglementeerde beroepen als bedoeld in die wet, op het terrein van nucleaire veiligheid, stralingsbescherming, de daarmee samenhangende crisisvoorbereiding, alsmede beveiliging en waarborgen;
de artikelen 5, derde lid, en 5a, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheid kernongevallen;
de taken en bevoegdheden van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de meldplicht, bedoeld in hoofdstuk 10 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en hoofdstuk 8 van de Cyberbeveiligingswet, voor zover het betreft kritieke entiteiten uit de nucleaire sector die uit hoofde van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming zijn aangewezen op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten;
het houden van toezicht door de bevoegde autoriteit op de naleving, bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en artikel 68, eerste lid, van de Cyberbeveiligingswet, inclusief het aanwijzen van toezichthouders, voor zover het betreft kritieke entiteiten als bedoeld in onderdeel d;
de taken en bevoegdheden van de bevoegde autoriteit met betrekking tot de handhaving, bedoeld in hoofdstuk 16 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en hoofdstuk 15 van de Cyberbeveiligingswet, voor zover het betreft kritieke entiteiten als bedoeld in onderdeel d;
de taken en bevoegdheden van de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, 10 tweede lid, aanhef en onder a, b en c, 25, 26 en 28 tot en met 30 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en de artikelen 51, 55 en 57 tot en met 61 van de Cyberbeveiligingswet, voor zover het betreft kritieke entiteiten als bedoeld in onderdeel d;
het verwerken van persoonsgegevens ten behoeve van uitvoering van de onder de onderdelen d tot en met g genoemde taken en bevoegdheden, voor zover de bevoegdheid daartoe in hoofdstuk 15 van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten en hoofdstuk 14 van de Cyberbeveiligingswet is toebedeeld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als bevoegde autoriteit.
**2.** Indien de minister de ANVS een algemene of bijzondere instructie geeft ter zake van de uitoefening van de in het eerste lid, onder d tot en met h, gemandateerde bevoegdheid, doet de minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant.
Treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 7 van de
Wet weerbaarheid kritieke entiteiten in werking treedt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Bestuursrechtelijke bevoegdheden
Onderdeel van Besluit mandaat, volmacht en machtiging ANVS· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 15 augustus 2026