**1.** Het bestuur stelt de datum vast waarop de toetsing of hertoetsing plaatsvindt en maakt deze ten minste zes weken van tevoren bekend aan de te toetsen accountantseenheid.
**2.** Het bestuur kan op verzoek van de accountantseenheid een andere datum vaststellen, indien de accountantseenheid aannemelijk maakt dat een toetsing of hertoetsing op de datum, bedoeld in het eerste lid, niet mogelijk is.
**3.** Het bestuur kan in overleg met de accountantseenheid afwijken van de in het eerste lid genoemde termijn van bekendmaking indien op verzoek als bedoeld in het tweede lid, een andere datum voor de toetsing of hertoetsing wordt vastgesteld.
**4.** De bekendmaking van de datum van toetsing of hertoetsing omvat tevens:
de naam van de toetser of de samenstelling van het toetsingsteam; en
de termijn waarbinnen een wrakingsverzoek kan worden ingediend.
**5.** De accountantseenheid kan binnen de termijn, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, het bestuur schriftelijk verzoeken een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser te wraken op grond van feiten of omstandigheden waardoor gerede twijfel is ontstaan met betrekking tot de objectiviteit van de toetser.
**6.** Het bestuur selecteert een andere toetser indien hij naar aanleiding van het verzoek, bedoeld in het vijfde lid, dan wel uit eigen beweging van oordeel is dat er sprake is van:
feiten of omstandigheden waardoor de objectiviteit van een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser aangetast kan worden; of
de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van een bij de toetsing of hertoetsing betrokken toetser aangetast kan worden.
Hoofdstuk 2
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018