Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 13a

Artikel 13a

Onderdeel van Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2023

1. Een toetser of een toetsingsteam kan aan het bestuur voorstellen een voortgezette toetsing uit te voeren. 2. Een voorstel als bedoeld in het vorige lid, gaat vergezeld van een indicatie van de tijd welke een toetser of een toetsingsteam verwacht te besteden aan een voortgezette toetsing. 3. Een voortgezette toetsing is uitsluitend aangewezen in het geval een toetser of een toetsingsteam voornemens is met het concept-verslag, bedoeld in artikel 13, tweede lid, een oordeel voor te stellen als bedoeld in: artikel 12, tweede lid, onderdeel b, en de toetser of het toetsingsteam tevens oordeelt dat er een reële mogelijkheid bestaat om binnen drie maanden tot een voorstel als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a te komen; of artikel 12, derde lid, onderdeel b, en de toetser of het toetsingsteam tevens oordeelt dat er een reële mogelijkheid bestaat om binnen drie maanden tot een voorstel als bedoeld in artikel 12, derde lid, onderdeel a te komen. 4. Bij een voortgezette toetsing wordt de getoetste accountantseenheid een termijn van ten hoogste drie maanden gegund om de tekortkomingen die ten grondslag liggen aan de aanwijzingen te herstellen. 5. Het herstel van de tekortkomingen die ten grondslag liggen aan de aanwijzingen wordt geverifieerd met de afronding van een voortgezette toetsing. 6. De uitkomst van een voortgezette toetsing maakt onderdeel uit van het concept-toetsingsverslag als bedoeld in artikel 13, tweede lid. 7. De toetser of het toetsingsteam stelt een voortgezette toetsing aan de orde in de bespreking, bedoeld in artikel 13, eerste lid. 8. Het bestuur wijkt gemotiveerd af van en voorstel als bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel