Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 27

Artikel 27

Onderdeel van Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018

1. Een koepelorganisatie kan het bestuur schriftelijk verzoeken haar systeem van kwaliteitsborging te accrediteren. 2. Ten behoeve van deze accreditatie toetst het bestuur de opzet en werking van het systeem van kwaliteitsborging van de desbetreffende koepelorganisatie. 3. De accreditatie wordt verleend voor de duur van drie jaar. 4. Het bestuur besluit binnen zestien weken na ontvangst van het verzoek als bedoeld in het eerste lid. 5. Het bestuur kan de accreditatie tussentijds beëindigen indien: de koepelorganisatie niet langer voldoet aan de eisen die bij of krachtens deze verordening zijn gesteld; de koepelorganisatie op een zodanig negatieve wijze in de publiciteit komt dat voortzetting van de accreditatie in redelijkheid niet langer van de beroepsorganisatie kan worden verlangd; of de koepelorganisatie fuseert met een organisatie waaraan niet een accreditatie is verleend. 6. Een verleende accreditatie wordt van rechtswege met een jaar verlengd in het geval: de koepelorganisatie een verzoek doet tot accreditatie en het bestuur dit verzoek heeft afgewezen; en aan de koepelorganisatie voorafgaand aan het verzoek bedoeld in het vorige onderdeel eerder voor twee of meer aansluitende termijnen van drie jaar een accreditatie is verleend. 7. Aan de accreditatie kan het bestuur voorschriften verbinden ten aanzien van: de te verstrekken informatie met betrekking tot de beschrijving van het systeem van kwaliteitsborging; de te verstrekken informatie met betrekking tot de door de koepelorganisatie bij toetsingen gehanteerde vragenlijsten en programma’s; door de koepelorganisatie op te volgen aanwijzingen met betrekking tot het systeem van kwaliteitsborging; en door de koepelorganisatie te stellen eisen aan de ingeschakelde toetsers. 8. De koepelorganisatie verstrekt aan het bestuur de namen van de accountantseenheden die lid of aangesloten zijn waarbij bij een toetsing door de koepelorganisatie is geconstateerd dat het kwaliteitssysteem in opzet of werking niet of op belangrijke onderdelen niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep. 9. De koepelorganisatie verstrekt aan het bestuur de toetsingsdossiers van de accountantseenheden die lid of aangesloten zijn waarbij bij een toetsing of een hertoetsing door de koepelorganisatie is geconstateerd dat het kwaliteitssysteem in opzet of werking niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep. 10. De koepelorganisatie doet jaarlijks voor 1 april schriftelijk verslag aan het bestuur over de uitkomsten van de toetsingen en hertoetsingen in het daaraan voorafgaande kalenderjaar en verstrekt de namen van de in dat kalenderjaar getoetste accountantspraktijken of accountantsafdelingen. 11. De koepelorganisatie doet onverwijld mededeling aan het bestuur van wijzigingen in het geaccrediteerde systeem van kwaliteitsborging. 12. Het bestuur bericht de koepelorganisatie welke gevolgen de wijzigingen hebben voor de accreditatie.

Rechtspraak bij dit artikel