Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.2

Artikel 2.3

Artikel 2.3

Onderdeel van Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 10 december 2022

1. In het geval een depositohouder is overleden en er nog geen wijziging van de tenaamstelling van het deposito uit de administratie van de bank blijkt of indien er sprake is van een zogenoemde ‘ervenrekening’, beoordeelt DNB de eventuele aanspraak van de erfgenamen op een vergoeding aan de hand van de door DNB te bepalen documentatie. 2. Indien de overleden depositohouder vóór de datum van het oordeel of de uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel is overleden en de nalatenschap van de depositohouder is verdeeld of er is een enig erfgenaam, is (ieder van) de erfgena(a)m(en) aan wie het deposito van de overleden depositohouder is toegedeeld of de enig erfgenaam, al naargelang het geval, individueel aan te merken als depositohouder van het betreffende (deel van het) deposito. 3. Indien de overleden depositohouder ná de datum van het oordeel of de uitspraak welke heeft geleid tot toepassing van het depositogarantiestelsel is overleden en de nalatenschap van de depositohouder is verdeeld of er is een enig erfgenaam, volgen de erfgena(a)m(en) of volgt de enig erfgenaam, al naargelang het geval, de overleden depositohouder op in het recht van de overleden depositohouder op de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel. Indien er meerdere erfgenamen zijn die ieder een deel van de deposito’s van de overleden depositohouder toegedeeld hebben gekregen, zal een pro rata deel van de vergoeding aan de erfgenamen worden toegekend. De vergoeding uit hoofde van het voorgaande staat los van en zal geen invloed hebben op de hoogte van een eventuele vergoeding van de betreffende erfgena(a)m(en) in verband met één of meer andere door de betreffende erfgenaam bij de bank aangehouden deposito’s. 4. Indien en zolang de nalatenschap van de overleden depositohouder nog niet is verdeeld, zijn de erfgenamen de gezamenlijke rechtsopvolgers van de overleden depositohouder voor wat betreft de gerechtigdheid tot een vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel. De vergoeding zal worden toegekend aan de erfgenamen gezamenlijk en worden uitbetaald op één door of namens de gezamenlijke erfgenamen op te geven bankrekening. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel die wordt toegekend aan de gezamenlijke erfgenamen wordt gekeken naar de vergoeding die aan de overleden depositohouder zou zijn toegekend ware deze nog in leven. Deze vergoeding staat los van en zal geen invloed hebben op de hoogte van een eventuele vergoeding van de betreffende erfgena(a)m(en) in verband met één of meer andere door de betreffende erfgenaam bij de bank aangehouden deposito’s.

Rechtspraak bij dit artikel