Bij het vaststellen van de vergoeding uit hoofde van het depositogarantiestelsel, als bedoeld in artikel 3:261 van de Wet, worden verplichtingen van de depositohouder jegens de bank als volgt buiten beschouwing gelaten:
indien sprake is van een negatief rekeningsaldo, veronderstelt DNB bij het vaststellen van de vergoeding het saldo als nihil;
indien het bedrag aan aangegroeide maar nog niet gecrediteerde rente negatief is, veronderstelt DNB bij de bepaling van de vergoeding het te crediteren rentebedrag als nihil.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Artikel 3.3
Onderdeel van Beleidsregel Reikwijdte en Uitvoering Depositogarantiestelsel· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2019