De administratieve ontvankelijkheid van de aanvragen wordt op het NWO-bureau vastgesteld. Een aanvraag wordt niet toegelaten tot de ronde, als deze niet correct of onvolledig is ingevuld en de aanvrager niet of niet op tijd heeft voldaan aan het verzoek een gecorrigeerde aanvraag in te dienen1Wanneer correctie van de aanvraag of het alsnog aanleveren van vereiste bijlagen mogelijk is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn/haar aanvraag binnen 48 uur aan te passen en/of de vereiste bijlagen aan te leveren. Als de aanvrager hieraan niet kan of wil voldoen, zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Is de aanvraag tijdig gecorrigeerd, dan zal deze, uiteraard alleen na goedkeuring, alsnog in behandeling worden genomen..
In concreto neemt NWO geen aanvragen in behandeling als zich één of meer van de volgende situaties voordoet: de aanvraag
is niet ingediend via ISAAC;
is ingediend na de deadline;
voldoet niet aan het opgegeven format en/of is niet in het Nederlands of Engels opgesteld;
is meer dan één keer in dezelfde ronde ingediend;
is ingediend door een aanvrager die in dezelfde ronde al een andere aanvraag heeft ingediend;
bevat onderzoekskosten die al eerder zijn gesubsidieerd of waarvoor reeds verplichtingen zijn aangegaan;
dient ter financiering van reeds lopend onderzoek;
is niet ingediend door een hoogleraar, universitair hoofddocent (UHD) of universitair docent (UD), aangesteld bij een door NWO erkende kennisinstelling;
heeft geen betrekking op het in het legaat vermelde onderzoeksgebied.
Aanvragen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria:
mate van passendheid van het onderzoek of de activiteit(en) binnen de doelstelling van de Stichting Van Moorsel en Rijnierse;
wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek of van de activiteit(en) die uit dat onderzoek voortkomen;
noodzakelijkheid en of urgentie van de aangevraagde financiering voor het welslagen van het onderzoeksproject;
haalbaarheid (o.a. realistische planning, vrije toegang tot relevante bibliotheken, bronnen en sites);
kwaliteit van de eventuele kennisbenuttingsactiviteiten.
Het relatieve gewicht van de criteria bij de beoordeling is respectievelijk 20, 40, 20, 10 en 10%.
Sinds 2009 zet NWO in op concreet beleid dat de overdracht van kennis die gegenereerd is met behulp van NWO-financiering moet stimuleren. Deze overdracht kan zowel naar andere wetenschappelijke disciplines als naar gebruikers buiten de wetenschap (bedrijfsleven/maatschappij) plaatsvinden. Het kennisbenuttingsbeleid is met name gericht op het vergroten van de bewustwording bij onderzoekers ten aanzien van kennisbenutting. NWO vraagt daarom van alle onderzoekers die in aanmerking willen komen voor financiering om met behulp van een aantal vragen (bijvoorbeeld: hoe zal kennisbenutting geïmplementeerd worden en hoe beoogt de onderzoeker kennisbenutting te bevorderen?) een toelichting te geven op de mogelijke kennisbenutting van hun project. Deze toelichting wordt meegewogen in de beoordeling. Bij de beoordeling wordt gelet op:
een realistische weergave van kennisbenuttingsmogelijkheden (of het gebrek aan mogelijkheden),
de mate van concretisering van het plan van aanpak omtrent kennisbenutting.
NWO realiseert zich dat de mogelijkheden voor kennisbenutting per discipline verschillen en dat sommige onderzoeksprojecten weinig tot geen (directe) kennisbenutting kunnen toepassen. In dit geval dient een aanvrager uit te leggen waarom kennisbenutting voor zijn of haar project niet te verwachten is. De beoordelaars wordt gevraagd om deze toelichting alsnog te beoordelen: als zij ervan overtuigd zijn dat het onderzoeksproject inderdaad geen kennisbenuttingsmogelijkheden heeft en de aanvrager dit naar tevredenheid heeft toegelicht, dan dient de algehele beoordelingsscore hierdoor niet negatief beïnvloed te worden.
Voor voorbeelden van kennisbenutting, zie www.nwo.nl/kennisbenutting.
Artikel 13
Criteria
Onderdeel van Call for proposals Stichting Van Moorsel en Rijnierse – SGW· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 juli 2017