Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 29

Intrekking

Onderdeel van Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 13 juli 2017

Ingetrokken worden: de ministeriële regeling van 28 augustus 1974, nr. 983972/978688 (Stationering van opvarenden van Nederlandse onderzeeboten die onder FOSM opereren); de Tijdelijke maatregel financiële voorzieningen Verenigde Staten van Amerika en Canada; de ministeriële regeling van 27 juni 1986, nr. PB86/1510/2897 (Voorzieningen voor in het buitenland geplaatst burgerpersoneel); de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen zeemacht, onderscheidenlijk de Regeling aanvullende toelage-buitenland militairen land- en luchtmacht; de Regeling aanvullende voorzieningen Goose Bay; de ministeriële regeling van 5 september 1984, nr. PP84/001/4382 (Aanvullende maandelijkse tegemoetkoming AFCENT); het DBZ Voorzieningenstelsel Defensie (DBZV-DEF); de Regeling faciliteiten genees- en tandheelkundige verstrekkingen buitenland; de Regeling Voorzieningen UNTSO-waarnemers en de ministeriële regeling van 25 februari 1982, nummer PP82/002/781 (Regeling Voorlopige voorzieningen Sinaï). De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel