De eerste stap in de beoordelingsprocedure is een toets of de aanvraag in behandeling genomen kan worden. Hiervoor worden de voorwaarden zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze call for proposals toegepast.
Op alle bij de beoordeling en/of besluitneming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO-code belangenverstrengeling van toepassing.
De procedure kent twee fases: een vooraanmelding en een uitgewerkt voorstel. Een uitgewerkt voorstel kan alleen worden ingediend als de aanvrager van de vooraanmelding daartoe door het Domeinbestuur SGW is uitgenodigd. Het Domeinbestuur zal maximaal zoveel aanvragers uitnodigen een voorstel uit te werken als driemaal het aantal te honoreren voorstellen.
Hierna worden de verschillende stappen in het beoordelingsproces beschreven. Aanvragers kunnen het verloop van de beoordelingsprocedure volgen via hun ISAAC account. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
Het bureau toetst of de ingediende aanvragen (zowel vooraanmeldingen als uitgewerkte voorstellen) voldoen aan de voorwaarden voor indiening. Indien daartoe aanleiding bestaat, wordt contact opgenomen met de aanvrager. Aanvragen die niet voldoen aan de in deze call for proposals vermelde voorwaarden zijn niet ontvankelijk en worden niet toegelaten tot de beoordelingsprocedure. Indien pas na het in behandeling neming van de aanvraag blijkt dat (een van) de aanvrager(s) tevens een aanvraag heeft ingediend binnen een ander financieringsinstrument van SGW op het terrein van de maatschappij- en gedragswetenschappen, dan zal dit leiden tot afwijzing van de binnen Onderzoekstalent ingediende aanvraag, indien de elders ingediende aanvraag niet tijdig wordt ingetrokken.
De vooraanmelding bestaat uit het CV van de kandidaat en een beknopte beschrijving van het beoogde onderzoek. Vier beoordelingscommissies (zie hierna) beoordelen de vooraanmeldingen vergelijkenderwijs zonder inschakeling van externe referenten. Een nadere beschrijving van deze beoordeling is opgenomen in paragraaf 6.3. De beoordeling resulteert in een advies aan het Domeinbestuur SGW, dat een besluit neemt aanvragers al dan niet uit te nodigen een uitgewerkt voorstel in te dienen.
De ontvankelijke uitgewerkte voorstellen worden niet voorgelegd aan externe referenten. De kandidaat wordt uitgenodigd voor een interview met de commissie van de desbetreffende disciplinegroep. Voorafgaand aan het interview ontvangt de kandidaat vragen van de commissie. Het in de vooraanmelding ingediende CV van de kandidaat kan onderdeel zijn van dit interview. Het interview duurt maximaal 28 minuten, waarvan maximaal acht minuten zijn gereserveerd voor een korte presentatie (‘pitch’) door de kandidaat. De beoordeling van de uitgewerkte voorstellen op basis van de presentatie en het interview mondt uit in één van de volgende kwalificaties: excellent, zeer goed, goed, ontoereikend.
Vervolgens stellen de commissies, indien nodig, een prioriteitsvolgorde vast van de aanvragen die voor financiering in aanmerking komen gebaseerd op onderlinge kwaliteitsverschillen. De prioritering geschiedt binnen de kaders van de in deze call for proposals gepubliceerde beoordelingscriteria voor uitgewerkte voorstellen, waarbij het criterium Kennisbenutting een expliciete rol speelt.
De beoordelingscommissies adviseren vervolgens het Domeinbestuur en leggen een prioritering voor over de aan hen voorgelegde en door hen beoordeelde uitgewerkte onderzoeksvoorstellen. Het bestuur neemt op basis van dit advies, waar nodig mede op grond van hierna genoemde beleidsoverwegingen en op basis van de beschikbare middelen, een toe- of afwijzingsbesluit.
Bij de bekendmaking van het besluit wordt aan de aanvrager tevens bekend gemaakt welke kwalificatie NWO aan de aanvraag heeft toegekend. Om voor financiering in aanmerking te kunnen komen, dient een uitgewerkt voorstel ten minste de kwalificatie excellent, zeer goed, of goed te krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie: http://www.nwo.nl/kwalificaties
De datamanagementparagraaf in de aanvraag wordt niet beoordeeld en derhalve ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al of niet toe te kennen. De commissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf. Na honorering van een uitgewerkt voorstel dient de onderzoeker de paragraaf uit te werken in een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van het eventuele advies van de commissie. Het project kan van start gaan zodra het datamanagementplan is goedgekeurd door NWO.
Vier commissies, één voor elke disciplinegroep van het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen (zie hoofdstuk 6), beoordelen de aanvragen (vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen). De in het aanvraagformulier vermelde disciplinecode bepaalt door welke commissie de aanvraag wordt beoordeeld.
De beoordeling van de vooraanmeldingen en de uitgewerkte voorstellen geschiedt binnen de kaders van de in deze call for proposals vermelde beoordelingscriteria. Voor de beoordeling van de vooraanmelding en de uitgewerkte voorstellen zijn verschillende criteria van toepassing (zie paragraaf 4.2.1).
Het Domeinbestuur kan bij het besluit gebruikmaken van de volgende beleidsoverwegingen:
het bevorderen van de participatie van vrouwelijke onderzoekers;
het optimaliseren van subsidiespreiding.
De vier beoordelingscommissies worden onder verantwoordelijkheid van het Domeinbestuur samengesteld. De leden van de in te stellen beoordelingscommissies worden gekozen op basis van hun onderzoekservaring, hun ervaring op het gebied van het beoordelen van aanvragen en hun niet-betrokkenheid bij de aanvragen die in de desbetreffende commissies worden beoordeeld. Omdat de beoordelingscommissies pas kunnen worden samengesteld als bekend is wie aanvragen hebben ingediend, kan de samenstelling niet vooraf bekend gemaakt worden. Alle commissies worden voorgezeten door een technisch voorzitter. Na afloop van de subsidieronde worden de namen van de commissieleden in alfabetische volgorde gepubliceerd op de website van Onderzoekstalent (www.nwo.nl/magwot).
26 september 2017
Deadline indiening vooraanmeldingen
Medio december 2017
Bekendmaking uitslag vooraanmelding
6 maart 2018
Deadline indiening uitgewerkte voorstellen
April – mei 2018
Interviews
Eind juni 2018
Besluitvorming Domeinbestuur SGW over toekenningen en bekendmaking uitslag aan aanvragers.
Op vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen zijn verschillende beoordelingscriteria van toepassing, die hierna zijn vermeld. Per criterium worden relevante aandachtpunten genoemd die een rol kunnen spelen bij de beoordeling. Voor de weging van de criteria en onderdelen binnen die criteria zie paragraaf 6.4. Alle aanvragen worden aan de hand van de toepasselijke criteria beoordeeld op basis van de in de aanvraag verschafte informatie.
De kandidaat heeft minimaal een bachelor afgerond en tevens het eerste jaar van de masteropleiding en voldoet voor deze componenten aan het gestelde cijfergemiddelde. De twee opleidingscomponenten worden apart beoordeeld en aan beide componenten wordt een afzonderlijk gewicht toegekend. Bij de beoordeling van deze componenten kunnen de volgende vragen aan de orde komen: Heeft de kandidaat een of meer bacheloropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een of meer masteropleidingen gevolgd? Heeft de kandidaat een onderzoeksmaster gevolgd? Welke vakken heeft de kandidaat in de bachelor(s) en in de master(s) gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende onderzoeksvoorbereidende talentprogramma’s gevolgd? Heeft de kandidaat aanvullende bijvakken gevolgd?
Heeft de kandidaat college aan een andere of gerenommeerde buitenlandse universiteit gevolgd? Heeft de kandidaat prijzen behaald voor papers en/of scripties, en zo ja welke? Heeft de kandidaat judicia toegekend gekregen, en zo ja welke?
Heeft de kandidaat de gevolgde opleiding binnen de gestelde tijd afgerond?
In geval meerdere masteropleidingen zijn gevolgd, behoeft slechts een van deze opleidingen op het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen van het NWO domein Sociale- en Geesteswetenschappen te liggen. Deze masteropleiding dient wel aan de gestelde cijfereis te voldoen. Bacheloropleidingen behoeven niet op eerdergenoemd wetenschapsterrein te liggen. Ten aanzien van de overige masteropleidingen is de vraag aan de orde in hoeverre de desbetreffende opleidingen relevant zijn voor het voorgestelde onderzoek.
Extracurriculaire activiteiten zijn activiteiten waaraan de kandidaat naast de opleiding heeft deelgenomen. Deze activiteiten kunnen inzicht verschaffen in de wetenschappelijke interesse van de kandidaat of in eigenschappen, als inzet en doorzettingsvermogen, die er bij het doen van onderzoek toe kunnen doen.
Extracurriculaire activiteiten kunnen wetenschappelijk of niet-wetenschappelijk van aard zijn.
Wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld studentassistentschappen (onderzoek en/of onderwijs) zijn of zelfstandig ondernomen onderzoeksactiviteiten. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten en wat is de relevantie daarvan voor (de uitvoering van) het beoogde onderzoek? Heeft de kandidaat wetenschappelijke publicaties op zijn/haar naam staan (als eerste en/of medeauteur)?
Niet-wetenschappelijke activiteiten kunnen bijvoorbeeld bestuurs- of werkervaring zijn. Vragen die bij de beoordeling aan de orde kunnen komen zijn: Wat is de aard van deze activiteiten? Wat is de relevantie ervan voor het CV van de kandidaat en voor de uitvoering van het beoogde onderzoek?
De motivering is een door de kandidaat gegeven toelichting op het CV. In de motivering licht de kandidaat in maximaal 350 woorden toe waarom zij/hij promotieonderzoek, in het bijzonder het voorgestelde onderzoek, wil doen en waarom het CV geschikt is voor het beoogde onderzoek. Daarnaast kan de motivering een toelichting zijn op bijzonderheden in het CV, bijvoorbeeld studie- uitloop of anderszins. Centraal staat de vraag: overtuigt de motivering de beoordelaars van de gedrevenheid van de kandidaat om het voorgestelde onderzoek te doen?
Het onderzoeksidee is een beknopte beschrijving van het beoogde onderzoek. Uit deze beschrijving blijkt wat de probleemstelling is van het beoogde onderzoek, waarom het onderwerp moet worden onderzocht, en hoe. Het accent in de beoordeling ligt in deze fase op originaliteit van de probleemstelling en de relevantie van het onderzoek, echter alle onderdelen die bij de beschrijving van het onderzoeksidee worden vermeld – ook onderdelen die verwijzen naar de beoordelingscriteria voor uitgewerkte voorstellen -, kunnen worden betrokken in de beoordeling. Er kunnen maximaal vijf literatuurverwijzingen worden opgegeven en voetnoten zijn niet toegestaan. Indien van toepassing kan hier ook de beoogde institutionele inbedding van het onderzoek worden aangegeven. Centraal staat de vraag: in hoeverre wekt deze beschrijving de nieuwsgierigheid van de beoordelaar(s) naar een uitgewerkt voorstel?
Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn: Levert het voorgestelde onderzoek een originele en relevante bijdrage aan het vakgebied voor wat betreft het genereren van kennis of het ontwikkelen van theorie en/of methoden? Is adequaat gebruikgemaakt van bestaande kennis? Is er gerelateerd onderzoek dat niet in het voorstel wordt genoemd, maar waarvan de aanvrager(s) zich bewust zou(den) moeten zijn? Is het voorstel vernieuwend?
Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn: Zijn de probleemstelling en de onderzoeksvragen helder en zorgvuldig geformuleerd, voldoende afgebakend en adequaat uitgewerkt? Heeft het onderzoeksvoorstel een heldere onderbouwing? Zijn de voorgestelde methoden en het voorgestelde design geschikt voor het realiseren van de probleemstelling en het beantwoorden van de onderzoeksvragen? Is het werkplan logisch van opbouw, goed gefaseerd en realistisch? Zijn de genoemde bronnen toegankelijk en geschikt om de onderzoeksvragen te beantwoorden?
Richtinggevende vragen voor de beoordeling zijn:
Wat is de kwaliteit van de kandidaat-promovendus, gelet op de opleiding, extracurriculaire activiteiten, motivatie, maar ook de presentatie en overtuigingskracht?
Wat is de kwaliteit van de begeleiding, gelet op ervaring met het begeleiden van promovendi en expertise, bijvoorbeeld blijkend uit publicaties?
Wat is de kwaliteit van de institutionele inbedding, gelet op toegang tot benodigde expertise, reputatie van de onderzoeksgroep of de institutionele omgeving?
Bijdrage aan de maatschappij en/of aan andere wetenschapsgebieden;
disciplines en organisaties waaraan de resultaten ten goede kunnen komen.
Plan van aanpak om de opbrengsten van het onderzoeksproject ten goede te laten komen aan de potentiële kennisgebruikers;
of en zo ja, hoe de potentiële kennisgebruikers worden betrokken;
(concrete) opbrengsten voor de maatschappij en/of andere wetenschapsgebieden;
verwachte termijn voor mogelijke kennisbenutting.
De beoordelingscommissie beoordeelt
of de aanvrager de potentie voor kennisbenutting realistisch heeft weergegeven
en in hoeverre de aanvrager een concreet en overtuigend plan van aanpak heeft gepresenteerd om de aanwezige potentie te realiseren.
Indien een onderzoeker van mening is dat het voorgestelde onderzoek zich niet leent voor kennisbenutting, dient hij/zij uit te leggen waarom hij/zij van mening is dat kennisbenutting niet van toepassing is. De beoordelingscommissie beoordeelt de argumentatie die hiervoor wordt gegeven.
Sinds 2009 zet NWO in op concreet beleid dat de overdracht van kennis die gegenereerd is met behulp van NWO-financiering moet stimuleren. Deze overdracht kan zowel naar andere wetenschappelijke disciplines als naar gebruikers buiten de wetenschap (bedrijfsleven/maatschappij) plaatsvinden. Het kennisbenuttingsbeleid is met name gericht op het vergroten van de bewustwording bij onderzoekers ten aanzien van kennisbenutting. NWO vraagt daarom van alle onderzoekers die in aanmerking willen komen voor financiering om met behulp van een aantal vragen (bijvoorbeeld: hoe zal kennisbenutting geïmplementeerd worden en hoe beoogt de onderzoeker kennisbenutting te bevorderen?) een toelichting te geven op de mogelijke kennisbenutting van hun project. Deze toelichting wordt meegewogen in de beoordeling. Bij de beoordeling wordt gelet op:
een realistische weergave van kennisbenuttingsmogelijkheden (of het gebrek aan mogelijkheden),
de mate van concretisering van het plan van aanpak omtrent kennisbenutting.
NWO realiseert zich dat de mogelijkheden voor kennisbenutting per discipline verschillen en dat sommige onderzoeksprojecten weinig tot geen (directe) kennisbenutting kunnen toepassen. In dit geval dient een aanvrager uit te leggen waarom kennisbenutting voor zijn of haar project niet te verwachten is. De beoordelaars wordt gevraagd om deze toelichting alsnog te beoordelen: als zij ervan overtuigd zijn dat het onderzoeksproject inderdaad geen kennisbenuttingsmogelijkheden heeft en de aanvrager dit naar tevredenheid heeft toegelicht, dan dient de algehele beoordelingsscore hierdoor niet negatief beïnvloed te worden.
Voor voorbeelden van kennisbenutting, zie www.nwo.nl/kennisbenutting.
De datamanagementparagraaf vormt geen criterium bij beoordeling van het uitgewerkte voorstel. De commissie kan voor de datamanagementparagrafen van de voorstellen die zij voordraagt voor honorering wel suggesties doen en adviezen geven die voor de onderzoeker behulpzaam kunnen zijn bij het opstellen van het na toekenning in te dienen datamanagementplan.
Zie ook de toelichting datamanagement in paragraaf 6.2 van deze call for proposals.
Artikel 4
Beoordelingsprocedure
Onderdeel van Call for proposals, Onderzoekstalent 2018· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 2017