Het wetenschapsterrein maatschappij- en gedragswetenschappen is ingedeeld in vier disciplinegroepen die in een aantal (sub)disciplines zijn onderverdeeld.
Aanvragen (vooraanmeldingen en uitgewerkte voorstellen) die bij Onderzoekstalent worden ingediend moeten op het terrein van een van deze (sub)disciplines liggen, evenals de masteropleiding die voldoet aan de toelatingseis. Daartoe dient een van de hierna vermelde zescijferige codes vermeld te worden op de aanvraag. Op basis van de opgegeven disciplinecode wordt de aanvraag in een van de vier commissies ingedeeld. De disciplinecodelijst is ook te raadplegen via www.nwo.nl/magw.
Economie
38.10.00 Micro-economie
38.20.00 Macro-economie
38.30.00 Econometrie
Bedrijfskunde
39.90.00 Bedrijfskunde
Psychologie
40.10.00 Klinische psychologie
40.20.00 Biologische en medische psychologie
40.30.00 Ontwikkelingspsychologie
40.40.00 Psychonomie en cognitieve psychologie
40.50.00 Sociale en Organisatiepsychologie
40.60.00 Psychometrie
Onderwijswetenschappen
41.90.00 Onderwijswetenschappen
Pedagogiek
42.00.00 Pedagogiek
Rechtswetenschappen
43.10.00 Privaatrecht
43.20.00 Staats- en Bestuursrecht
43.30.00 Internationaal en Europees recht
43.40.00 Strafrecht en Criminologie
Bestuurskunde en Politicologie
44.10.00 Bestuurskunde
44.20.00 Politicologie
Sociologie
45.90.00 Sociologie
Culturele antropologie
46.90.00 Culturele antropologie
Communicatiewetenschappen
47.90.00 Communicatiewetenschappen
Demografie
48.90.00 Demografie
Geografie en Planning
49.10.00 Geografie
49.11.00 Planning
Milieuwetenschappen
50.90.00 Milieuwetenschappen
NWO wil bijdragen aan de ontwikkeling van goed datamanagement door van onderzoekers te vragen alle voor hergebruik relevante data duurzaam beschikbaar te stellen. Voor het financieringsprogramma Onderzoekstalent geldt dat alleen voor uitgewerkte voorstellen een datamanagementparagraaf hoeft te worden ingevuld. In de datamanagementparagraaf wordt daarom gevraagd reeds voor aanvang van het onderzoek te bedenken hoe de verzamelde data geordend en gecategoriseerd moeten worden zodat zij vrij beschikbaar kunnen worden gesteld. Vaak zullen daarvoor immers al bij het tot stand komen van de data en de analyse daarvan maatregelen getroffen moeten worden.
NWO verstaat onder ‘data’ zowel verzamelde, onbewerkte data alsook geanalyseerde, gegenereerde data. Hierbij zijn alle verschijningsvormen denkbaar; digitaal en niet-digitaal (zoals samples, ingevulde vragenlijsten, geluidsopnames etc).
Onderzoeksresultaten dienen zodanig te worden opgeslagen dat ze ook op lange termijn terug te vinden en herbruikbaar zijn, ook voor onderzoekers uit andere disciplines en organisaties dan waar het onderzoek plaatsvond. Uitgangspunt daarbij is dat alle opgeslagen data in principe vrij toegankelijk zijn en dat toegang alleen wordt beperkt wanneer aspecten als privacy, openbare veiligheid, ethische beperkingen, eigendomsrecht en commerciële belangen dit noodzakelijk maken.
De kosten voor datamanagement zijn subsidiabel en dienen in de aanvraagbegroting te worden opgenomen. Belangrijke factoren die de kosten bepalen zijn:
het type data
de benodigde capaciteit voor opslag en back-up;
de mate van handwerk bij het toekennen van metadata en het opstellen van overige documentatie zoals codeboeken en gebruikte queries in het statistische pakket;
de benodigde mate van beveiliging van de data;
het inhuren van externe (datamanagement-)expertise.
Met de datamanagementparagraaf wil NWO vooral het bewustzijn over het belang van verantwoord datamanagement bevorderen. Daarom wordt de paragraaf niet meegenomen in de beslissing van een commissie om een aanvraag al of niet toe te kennen. NWO legt de paragraaf wel ter advies voor aan de commissie en referenten. Na honorering van een aanvraag dient de onderzoeker de paragraaf uit te werken tot een datamanagementplan. Aanvragers kunnen hierbij gebruik maken van hun advies.
Zie voor meer informatie: https://www.nwo.nl/beleid/open+science/datamanagement.
Bij de beoordeling zal worden gewerkt met scores aan de hand van een 9- puntsschaal, waarin 1 de hoogste/beste score is en 9 de laagste/minste. Aan de criteria (en bij de vooraanmelding onderdelen daarvan) worden scores toegekend. Op basis van de gegeven scores wordt een gewogen gemiddelde berekend. Dit gemiddelde dient tevens als eindscore en bepaalt de positie in de rangorde.
Bij het berekenen van de eindscores wordt rekening gehouden met het gewicht dat is toegekend aan de verschillende criteria, c.q. onderdelen binnen die criteria.
Weging bij vooraanmelding:
Criterium
Onderdeel binnen criterium
Weging deelscore
Opleiding
Bachelor
10%
Eerste jaar master
30%
Extracurriculair
Wetenschappelijk/Niet- wetenschappelijk
10%
Motivering
10%
Onderzoeksidee
40%
Bij de criteria voor de vooraanmelding (paragraaf 4.2.1) staan per criterium aandachtspunten genoemd die een rol spelen bij de beoordeling.
Voor het eerste criterium (Opleiding) geldt voor beide onderdelen, bachelor en master de startscore 5,4. Deze score staat voor ‘goed’. De reden hiervoor is dat de kandidaat aan de toelatingseis voldoet. Voor opleidingen die een expliciet onderzoeksvoorbereidend karakter hebben, zoals onderzoeksmasters, geldt een betere startscore, namelijk 4,4. Bij de beoordeling van beide onderdelen (bachelor en master) spelen de aandachtspunten genoemd in paragraaf 4.2.1 bij het criterium ‘Opleiding’ een rol en kunnen leiden tot puntenaftrek, c.q. verbetering van de score.
Ook voor het criterium ‘extracurrriculaire activiteiten’ geldt een startscore: 5,4 als er activiteiten zijn uitgevoerd, 5,5 als er geen activiteiten zijn uitgevoerd.
Voor de criteria ‘motivering’ en ‘onderzoeksidee’ geldt geen startscore en is de gehele schaal van toepassing. Voor vooraanmeldingen worden geen kwalificaties vastgesteld.
Criterium
Weging deelscore
Originaliteit en bijdrage aan de wetenschap
30%
Onderzoeksopzet en methoden
30%
Kwaliteit kandidaat, begeleiding, inbedding
30%
Kennisbenutting
10%
Bij de beoordeling van uitgewerkte voorstellen is op elk criterium de volledige schaal van toepassing. De score die voor de vooraanmelding is behaald speelt in de beoordeling van het uitgewerkte voorstel geen rol.
De beoordeling van uitgewerkte voorstellen resulteert in een kwalificatie. De kwalificaties zijn gekoppeld aan de behaalde eindscores. Voor Onderzoekstalent corresponderen de scores als volgt met de kwalificaties:
Range scores
Kwalificaties
1,0 – 1,4
Excellent
1,5 – 3,4
Zeer goed
3,5 – 5,4
Goed
5,5 – 9,0
Ontoereikend
Kandidaten die een opleiding in Nederland volgen of hebben gevolgd, krijgen gewoonlijk cijfers op een schaal van 1 tot en met 10. Voor de opleidingen die in Nederland zijn gevolgd gelden de minimale gemiddelde gewogen cijfergemiddelden van een 7,5 voor de bachelor opleiding en 8,0 voor het eerste jaar van de masteropleiding (of in geval van een afgeronde masteropleiding het gemiddelde over de gehele master opleiding). Deze gemiddelden worden berekend op maximaal een cijfer achter de komma nauwkeurig. In het gewogen gemiddelde is rekening gehouden met het gewicht dat is toegekend aan de verschillende vakken, meestal uitgedrukt in ECTS. In Nederland behaalde cijfers worden niet naar een GPA op een 4-puntsschaal omgerekend.
Kandidaten die hun opleiding buiten Nederland hebben gevolgd, ontvangen in de meeste gevallen cijfers op basis van een andere systematiek dan hiervoor geschetst. In deze gevallen wordt om een United States Grade Point Average (GPA) op een 4 punts-schaal gevraagd. Een GPA is eveneens een gewogen gemiddelde dat rekening houdt met de gewichten die aan verschillende vakken zijn toegekend. Er zijn verschillende manieren om een GPA te berekenen en weer te geven. Er is gekozen voor de weergave van het GPA op een 4 punts-schaal zoals gebruikelijk in de Verenigde Statem. Een GPA berekend op een andere schaal dan de 4 punts-schaal wordt niet in behandeling genomen.
Op het internet zijn verschillende calculators beschikbaar om grades om te rekenen naar een GPA op een 4 punts-schaal, meestal aan te passen naar de systematiek zoals die in een bepaald land wordt gehanteerd. Er zijn ook calculators beschikbaar die Amerikaanse grades omrekenen naar een GPA op een 4 punts-schaal.
Als u het GPA op een 4-puntsschaal berekent, dan wordt u verzocht op het formulier van de vooraanmelding te vermelden hoe u dat heeft gedaan. Dat kan zijn door de link op te nemen naar de gebruikte online calculator, of door de gebruikte formule weer te geven. NWO behoudt zich het recht voor de berekeningen steekproefsgewijs te controleren.
De Universiteit Utrecht heeft een conversietabel gepubliceerd voor Nederlandse cijfers naar een GPA op een 4-puntsschaal. Op basis van deze lijst is vastgesteld dat een 7,5 overeenkomt met een GPA van 3.37, een 8,0 met een GPA van 3.95. Deze tabel is te downloaden via http://students.uu.nl/praktische-zaken/regelingen-en-procedures/grade-point-average.
Uitgave:
Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
Versie: december 2016
Bezoekadres:
Laan van Nieuw Oost-Indië 300
2593 CE Den Haag
juni 2017
Artikel 6
Bijlage(n)
Onderdeel van Call for proposals, Onderzoekstalent 2018· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 augustus 2017