**1.** Een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 3.2.5 mag slechts worden uitgeoefend, voor zover dat noodzakelijk is voor de goede uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a en d, en de taken, bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, en e.
**2.** Een bijzondere bevoegdheid als bedoeld in paragraaf 3.2.5 kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, voorts worden uitgeoefend ter ondersteuning van een goede taakuitvoering van de diensten, voor zover dat noodzakelijk is om:
te beoordelen of het noodzakelijk is bijzondere veiligheidsmaatregelen te treffen voor een persoon die werkzaam is voor of ten behoeve van de dienst in verband met de vervulling door deze persoon van een aan hem op te dragen dan wel opgedragen taak;
te beoordelen of de personen met wier medewerking gegevens worden verzameld betrouwbaar zijn.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2 › Paragraaf 3.2.1
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2018