Naar hoofdinhoud

Paragraaf II

Artikel 5a

Afbouwtoelage onregelmatige dienst

Onderdeel van Regeling vergoeding voor overwerk, onregelmatigheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 1987

1. Aan de militair met de rang van luitenant ter zee der 1e klasse dan wel majoor, of met een lagere rang dan wel zonder rang wordt met toepassing van het achtste lid een maandelijkse afbouwtoelage toegekend, indien de aanspraak op de toelage onregelmatige dienst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, een verlaging ondergaat als gevolg van een in het achtste lid bedoelde beëindiging of vermindering en hij voor een duur van ten minste zesendertig maanden voorafgaande aan die beëindiging of vermindering onafgebroken een toelage onregelmatige dienst heeft genoten. 2. Onderbreking van de aanspraak op toelage onregelmatige dienst tijdens de in het eerste lid genoemde duur van zesendertig maanden, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover de onderbreking verband houdt met: inzet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, alsmede de aan die inzet voorafgaande opleiding; andere redenen van dienst of ziekte, zulks voor een periode of perioden van in totaal ten hoogste vier maanden. 3. De afbouwtoelage wordt toegekend voor een periode van ten hoogste 12 maanden, welke periode wordt opgeschort voor zover op de militair de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties van toepassing is. 4. De aanvang van de aanspraak op de afbouwtoelage gaat in op de dag waarop de aanspraak op de toelage onregelmatige dienst eindigt of wijzigt. 5. Indien tijdens de in het derde lid genoemde periode aanspraak ontstaat op een nieuwe dan wel hogere toelage onregelmatige dienst, dan wordt het bedrag van de afbouwtoelage daarmee verlaagd, zolang het bedrag van de nieuwe dan wel hogere aanspraak lager is dan de afbouwtoelage. Bestaat tijdens die periode aanspraak op meerdere afbouwtoelagen tegelijk, dan wordt in voornoemd geval de som van de afbouwtoelagen verlaagd. 6. De aanspraak op de afbouwtoelage(n) vervalt op de dag dat de militair een toelage onregelmatige dienst heeft of wordt toegekend, die gelijk is aan of hoger is dan de (som van de) afbouwtoelage(n). 7. Bij toepassing van het vierde tot en met het zesde lid wordt de hoogte van de afbouwtoelage naar evenredigheid vastgesteld, afhankelijk van de dag in de kalendermaand waarop de aanspraak op de afbouwtoelage ingaat dan wel vervalt. 8. De afbouwtoelage wordt gevonden met toepassing van onderstaande tabel. A. Bij beëindiging: van een toelage onregelmatige dienst overeenkomstig bedraagt de afbouwtoelage het bedrag van de toelage onregelmatige dienst overeenkomstig 1. Art. 5.7 onderdeel b art. 5.7 onderdeel a, gedurende twaalf maanden 2. Art. 5.7 onderdeel c art. 5.7 onderdeel b, gedurende zes maanden en vervolgens, art. 5.7 onderdeel a, gedurende zes maanden 3. Art. 5.7 onderdeel d art. 5.7 onderdeel c, gedurende vijf maanden, vervolgens art. 5.7 onderdeel b, gedurende vier maanden, vervolgens art. 5.7 onderdeel a, gedurende drie maanden. B. Bij vermindering: van een toelage onregelmatige dienst overeenkomstig bedraagt de afbouwtoelage naar een toelage onregelmatige dienst overeenkomstig 1. Art. 5.7 onderdeel c/Art. 5.7 onderdeel a het verschil van de toelagen onregelmatige dienst overeenkomstig art. 5.7 onderdeel b en 5.7 onderdeel a, gedurende twaalf maanden. 2. Art. 5.7 onderdeel d/ Art. 5.7 onderdeel b het verschil van de toelagen onregelmatige dienst overeenkomstig art. 5.7 onderdeel c en 5.7 onderdeel b, gedurende twaalf maanden. 3. Art. 5.7 onderdeel d/ Art. 5.7 onderdeel a het verschil van de toelagen onregelmatige dienst overeenkomstig art. 5.7 onderdeel c en 5.7 onderdeel a, gedurende zes maanden, vervolgens het verschil van de toelagen onregelmatige dienst overeenkomstig art. 5.7 onderdeel b en 5.7 onderdeel a, gedurende zes maanden. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. 1. De commandant kent een afbouwtoelage onregelmatige dienst toe aan de militair, indien aan de militair in een kalendermaand niet langer een toelage onregelmatige dienst wordt toegekend en aan de militair voor de duur van ten minste vierentwintig maanden voorafgaande aan die beëindiging onafgebroken een toelage onregelmatige dienst is toegekend. 2. Onderbreking van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst tijdens de in het eerste lid genoemde duur van vierentwintig maanden, wordt buiten beschouwing gelaten voor zover deze onderbreking verband houdt met: inzet in het kader van een operatie als bedoeld in de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, alsmede de aan die inzet voorafgaande opleiding; een waarneming, in opdracht van de commandant voor een periode van in totaal ten hoogste twaalf maanden. 3. De afbouwtoelage wordt toegekend voor een periode van twaalf maanden. Deze periode wordt opgeschort voor zover op de militair de Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties van toepassing is, of indien aan de militair een vergoeding wordt toegekend voor het verrichten van meerdaagse activiteiten. 4. De berekeningsbasis voor de afbouwtoelage onregelmatige dienst is de toelage onregelmatige dienst die de militair gemiddeld over de twaalf kalendermaanden direct voorafgaand aan de beëindiging van de toekenning van de toelage onregelmatige dienst heeft ontvangen. 5. De hoogte van de afbouwtoelage wordt, conform de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden, vastgesteld: voor de eerste vier maanden op 75% van de berekeningsbasis; voor de tweede vier maanden op 50% van de berekeningsbasis en voor de derde vier maanden op 25% van de berekeningsbasis. 6. Indien tijdens de in het derde lid genoemde periode van twaalf maanden opnieuw een toelage onregelmatige dienst wordt toegekend, dan wordt het bedrag van de afbouwtoelage daarmee verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel