De aanspraak, bedoeld in artikel 113, tweede lid, van het AMAR, bedraagt een tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten wegens bezoek aan de plaats waar het stoffelijk overschot zich bevindt:
voor de militair die voor werkzaamheden in het buitenland verbleef en waarvan het stoffelijk overschot niet wordt overgebracht naar Nederland, ten aanzien van:
de gezinsleden; of
ten hoogste twee naaste betrekkingen;
voor de militair in Nederland: de naaste betrekking mits woonachtig in Nederland.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Paragraaf 2
Artikel 6
Reizen van de naaste betrekking bij overlijden van de militair
Onderdeel van Regeling incidentele reizen voor de militair en zijn naaste betrekking· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2003