**1.** Vaststelling van een bedrijfsvakantie geschiedt in overleg en in overeenstemming met de dienstcommissie van het desbetreffende dienstonderdeel dan wel de dienstcommissie van de desbetreffende dienstonderdelen.
**2.** Wanneer het overleg bedoeld in het vorige lid niet mogelijk is omdat er geen dienstcommissie aanwezig is, moet het hoofd defensieonderdeel ervoor zorg dragen dat het betreffende burgerpersoneel op andere wijze wordt geraadpleegd en hun instemming wordt verkregen.
**3.** Als het overleg, bedoeld in de vorige twee leden niet leidt tot de in die leden genoemde vereiste instemming, is de procedure als neergelegd in artikel 153 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van overeenkomstige toepassing.
**4.** Elk tijdvak waarin een bedrijfsvakantie wordt vastgesteld, wordt voor aanvang van het kalenderjaar waarin die vakantie wordt vastgesteld aan betrokkenen bekend gemaakt. Indien dat niet mogelijk is, moet de bekendmaking zo snel mogelijk plaatsvinden.
**5.** Wanneer een vastgestelde bedrijfsvakantie uit doelmatigheidsoverwegingen bij algemene order schriftelijk bekend wordt gemaakt, wordt de vakantie geacht persoonlijk te zijn verleend aan ieder die het aangaat.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Regeling bedrijfsvakanties· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 november 1991