Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Beleidskader bijdrageregeling begeleiden van ex-gedetineerden voor wonen en werken 2018· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 6 oktober 2017

Sinds 2014 wordt jaarlijks een beleidskader opgesteld voor het stimuleren van gemeenten met betrekking tot het opzetten van trajecten voor begeleiding van ex-gedetineerden. De aanleiding hiervoor is een aangenomen motie van het Tweede Kamerlid Van der Staaij.1TK 2014–2015, nr. 33 750 VI. In de afgelopen jaren is gebleken dat de aan (uitsluitend) gemeenten ter beschikbaar gestelde gelden een stimulans zijn voor gemeenten om gezamenlijk of met particuliere organisaties trajecten op het terrein van wonen en werken voor (ex)gedetineerden op te zetten of te financieren. Besloten is om deze gelden voor dezelfde doeleinden ter beschikking te stellen voor 2018. Gelet op het hoge aantal gezamenlijke aanvragen van gemeenten onderling en namens gemeenten voor maatschappelijke instellingen is ervoor gekozen om ook in 2018 eenzelfde inhoudelijk opzet te hanteren als in de voorgaande subsidiebeleidskaders, met als aanvulling dat in 2018 eveneens de niet uitgeputte gelden worden verdeeld onder gemeenten die aangeven dat zij voor een hogere bijdrage in aanmerking willen komen. Voor 2018 worden de bijdragen verdeeld op grond van de uitstroom van gedetineerden in 2016.2De uitstroomgegevens van gedetineerden in 2017 zijn ten tijde van de vaststelling van het Beleidskader 2018 nog niet bekend. Voor het Beleidskader 2018 wordt het toekennen van gelden gebaseerd op de uitstroomgegevens 2016. Hieronder wordt geschetst welke trajecten voor een bijdrage in aanmerking komen en welke spelregels gelden bij de verstrekking van de bijdragen aan gemeenten. In paragraaf 2 wordt aandacht geschonken aan de doelstelling en de uitgangspunten van het Beleidskader. Paragraaf 3 geeft de reikwijdte van het Beleidskader weer aan de hand van de beoordelingscriteria en in paragraaf 4 wordt helderheid geboden over de verdeelsleutel. Paragraaf 5 gaat over de toekenning en paragraaf 6 over de verantwoording.

Rechtspraak bij dit artikel