Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 11

Secundaire DKG’s

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2017

1. Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium secundaire DKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in secundaire DKG klassen 2018 zoals weergegeven in het referentiebestand dat is opgenomen in bijlage 2 van deze Beleidsregels; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2017 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2015 geopend zijn; de opgave van de zorgverzekeraars per 1 juni 2016 aan het Zorginstituut van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van dbc’s die in 2014 geopend zijn. 2. Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2016 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van bijlage 2 van deze Beleidsregels, in welke secundaire DKG klasse ‘1’ tot en met ‘7’ de verzekerde valt. Bij de indeling naar secundaire DKG klassen sluit het Zorginstituut declaraties die tot een primaire DKG hebben geleid uit. Als een verzekerde in meer secundaire DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 3. Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium secundaire DKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, twee keer met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2016 voor het eerst voorkomen per secundaire DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het VPPKB 2016 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2017, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft. 4. Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘7’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen secundaire DKG’. 5. Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium secundaire DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

Rechtspraak bij dit artikel