Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 29

Gewichten en forfaitair bedrag voor de opbrengst van het eigen risico

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2018· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 25 oktober 2017

1. Voor de berekening van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, en ‘Geen FDG’ vallen en niet worden ingedeeld bij de MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, gaat het Zorginstituut uit van de gewichten genoemd in bijlage 3 van de Regeling. 2. Voor de verdeling van de normatieve eigen risico opbrengst hanteert het Zorginstituut met inachtneming van artikel 8, derde lid van de Regeling voor verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium MHK 0% van het gewicht voor de MHK klasse ‘Geen MHK’. 3. Het Zorginstituut rondt het gewicht, bedoeld in het vorige lid, af op twee decimalen. 4. Voor de berekening van de normatieve eigen risico opbrengst voor verzekerden die niet zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen primaire DKG’, ‘Geen secundaire DKG’, ‘Geen HKG’, en ‘Geen FDG’ vallen en worden ingedeeld bij de MHK-klasse ‘2 voorafgaande jaren variabele zorgkosten in top 10 procent’ of hoger, hanteert het Zorginstituut de geraamde opbrengst per verzekerde van 361,61 euro, zoals genoemd in artikel acht van de Regeling als uitgangspunt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel