Naar hoofdinhoud

Artikel 11

ISO

Onderdeel van Interdepartementale afspraken inzake staatssteun 2017· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2017

De bijeenkomsten van het ISO vinden in beginsel één keer per maand plaats. Het ISO heeft de volgende taken: Het coördineren van de vaststelling van het Nederlandse standpunt over Europees beleid en wetgeving op het gebied van staatssteun; Het coördineren van gemeenschappelijke onderwerpen op het gebied van staatssteun met het oog op: de uniforme toepassing van het staatssteunrecht binnen Nederland; de naleving van de verplichtingen voortvloeiend uit Europees beleid, wetgeving en rechtspraak op het gebied van staatssteun; Het op verzoek geven van adviezen over staatssteunvraagstukken aan ministeries, decentrale overheden, interdepartementale gremia of onderdelen daarvan; Het vervullen van de functie van platform voor de uitwisseling van kennis en ervaring op het gebied van het staatssteunrecht, inclusief het onderhouden en toegankelijk houden van staatssteunspecifieke kennis; Het voorbereiden van de Nederlandse portfolio van steundossiers ten behoeve van een efficiënte afhandeling van Nederlandse steundossiers bij de Europese Commissie; Het (doen) bijhouden van overzichten ten behoeve van efficiënte informatiestromen en tijdige voortgangsbewaking. De taken van het ISO worden vervuld met inachtneming van het uitgangspunt dat ieder ministerie en decentrale overheid zelf verantwoordelijk is voor de juiste naleving van de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake staatssteun. De PVEU fungeert als Nederlands (centraal) schakelpunt voor de landencoördinatoren van DG Mededinging en DG Landbouw en plattelandsontwikkeling van de Europese Commissie. Het ISO heeft als belangrijkste taak het coördineren van de vaststelling van het Nederlandse standpunt en het invloed uitoefenen inzake nieuwe of bestaande wetgeving van de Unie en beleidsvoornemens van de Europese Commissie op het gebied van staatssteun (zoals vrijstellingsverordeningen en kaderregelingen). Deze taak blijft onveranderd. Voorts blijft een belangrijke taak de kennisdeling en informatie – uitwisseling over staatssteundossiers en staatssteunkwesties tussen de leden van het ISO. Hiertoe kan het secretariaat van het ISO jurisprudentie, artikelen, persberichten, adviezen van externen, mededelingen van de Europese Commissie en overige staatssteun relevante informatie onder de ISO leden verspreiden. In dat kader kan het ISO ook activiteiten rondom staatssteun organiseren, zoals een werkbezoek van het ISO aan de Europese Commissie en de PVEU. Ook het ontwikkelen en onderhouden van handleidingen, zoals de Handreiking Staatssteun voor overheden, checklists en andere producten op het gebied van staatssteun ten behoeve van een uniforme toepassing van de staatssteunregels binnen Nederland behoort tot deze taak. Voorts kan tot deze taak gerekend worden het fungeren als platform voor de uitwisseling van best practices over de toepassing van de staatssteunregels binnen Nederland ten behoeve van het borgen van de juiste toepassing van de staatssteunregels in de Nederlandse regelgeving en bestuurspraktijk of het fungeren als klankbord voor het uitwisselen van inzichten over de inrichting van de steunfunctie in Nederland. De modernisering van de EU staatssteunregels heeft echter ook tot een aantal nieuwe taken voor het ISO geleid. Zo heeft de taak over de coördinatie van gemeenschappelijke thema’s op staatssteungebied te maken met een aantal Europese verplichtingen of ontwikkelingen die een gezamenlijke aanpak en afstemming vragen vanuit het ISO. Een voorbeeld hiervan is de uitvoering in Nederland van de transparantieverplichtingen zoals voortvloeiend uit de staatssteunkaders. In het kader van het streven naar een sterkere coördinatie en intensievere samenwerking, mede als gevolg van de modernisering van de EU staatssteunregels, worden binnen het ISO ook de vragen van de ISO leden over de verschillende steunkaders (vrijstellingsverordeningen, kaderregelingen etc.) op elkaar afgestemd zodat deze vragen op gecoördineerde wijze kunnen worden aangeleverd aan het eState aid WIKI-netwerk van de Europese Commissie. De Europese Commissie heeft een zogeheten eState aid WIKI systeem opgezet voor de digitale uitwisseling van vragen en antwoorden tussen de Lidstaten en de Commissie over de uitleg van de staatssteunregels. Het Ministerie van Economische Zaken als voorzitter van het ISO en het Ministerie van BZK ten behoeve van de decentrale overheden fungeren als Nederlandse contactpunten voor het eState aid WIKI systeem van de Europese Commissie. Ook nieuw is de taak met betrekking tot het voorbereiden van de Nederlandse portfolio van steundossiers ten behoeve van een efficiënte behandeling van Nederlandse steundossiers bij de Europese Commissie. Dit is een nieuwe taak die voorkomt uit de wens van de Europese Commissie om via een zogenoemde portfolio werkwijze te gaan werken. De Europese Commissie heeft met de modernisering van de staatssteunregels ingezet op snellere procedures en wil de voorspelbaarheid over de duur van de aanmeldingstrajecten vergroten. Op deze wijze kan Nederland samen met de Europese Commissie bepalen welke dossiers voor Nederland met name urgent zijn en welke dus met voorrang behandeld moeten worden in een bepaalde tijdsperiode. Nieuw is ook dat in het kader van de intensievere de samenwerking het ISO op verzoek adviezen op het gebied van staatssteun kan geven aan ISO-leden, het IOWJZ of andere interdepartementale gremia of onderdelen daarvan. In voorkomend geval zal het ISO zich verstaan met andere commissies binnen de Rijksdienst die belast zijn met het geven van adviezen op juridisch gebied, zoals bijvoorbeeld de Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER). Afstemming over de Nederlandse standpuntbepaling in rechtstreekse beroepen of prejudiciële vragen op het gebied van staatssteun vindt plaats in de ICER. Tegenwoordig is de ICER geïntegreerd in het IOWJZ. Belangrijk is voorts de taak voor het bijhouden van overzichten ten behoeve van efficiënte informatiestromen en tijdige voortgangsbewaking. Deze taak heeft alles te maken met het als Nederland in controle zijn van informatiestromen ten behoeve van een tijdig en coherent afdoen van steundossiers of ander belangrijke staatssteunkwesties. Het ISO werkt hierin nauw samen met de PVEU. Het ISO kan voor de behandeling van bepaalde onderwerpen, al dan niet uit zijn midden, werkgroepen instellen. Het ISO kan zijn werkwijze, die van het secretariaat en zijn werkgroepen nader regelen. Het ISO bestaat uit: Een voorzitter, zijnde het hoofd van de unit staatssteun van het Ministerie van Economische Zaken; Een secretaris, zijnde een medewerker van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken; Van elk ministerie hoogstens twee leden en plaatsvervangend leden met kennis van zaken op het gebied van het staatssteun, aan te wijzen door of namens de betrokken Minister; Een lid en plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van staatssteun, aan te wijzen door de Permanente Vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie; Een lid en plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van staatssteun, aan te wijzen door het Interprovinciaal Overleg; Een lid en plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van staatssteun, aan te wijzen door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Een lid en plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van staatssteun aan te wijzen door de Unie van Waterschappen; Een lid en plaatsvervangend lid met kennis van zaken op het gebied van staatssteun, aan te wijzen door de Stichting Europa decentraal. Het hoofd van de unit staatssteun van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken is voorzitter van het ISO. Het secretariaat van het ISO berust bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken. Het secretariaat ondersteunt het ISO bij de uitvoering van de eerder genoemde taken. Verder is het secretariaat verantwoordelijk voor het organiseren en voorbereiden van het ISO. Het secretariaat is voor zijn werkzaamheden uitsluitend verantwoording schuldig aan het ISO. De leden van het ISO worden steeds aagewezen op een adequaat ambtelijk niveau, dat wil zeggen dat een lid ambtelijk (juridisch of beleids-) medewerker is met voldoende kennis en ervaring op het gebied van staatssteun om een bijdrage te leveren aan de discussie in het ISO of schriftelijke producten van het ISO. Een aantal ministeries heeft op dit moment naast de ISO leden die daadwerkelijk het aanspreekpunt van hun ministerie vormen in het kader van het ISO, één of meerdere agendaleden aangewezen. Een agendalid fungeert in het kader van het ISO niet als aanspreekpunt van zijn ministerie maar ontvangt slechts de vergaderstukken en wordt niet uitgenodigd voor de vergaderingen van het ISO. Desgewenst kan een agendalid bij de vergadering van het ISO aanwezig zijn. De Minister van Economische Zaken is binnen het Rijk op grond van zijn portefeuille verantwoordelijk voor de Europese interne markt en mededinging. Dit ministerie voert daarom het voorzitterschap en het secretariaat van het ISO. Gelet op de verbrede taak van het ISO en de wens om staatssteun te institutionaliseren, is ervoor gekozen het ISO te positioneren onder het IOWJZ. Dit draagt bij aan de versterking van de juridische functie Rijk. Daarbij moet evenwel in ogenschouw worden genomen dat staatssteun een onderwerp is met duidelijke beleidsmatige en politieke componenten. Om deze reden kan het ISO desgewenst – zonder dat tussenkomst van het IOWJZ nodig is – aan de Commissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo) ter besluitvorming voorleggen: de Nederlandse standpuntbepaling over bestaand of nieuw Europees beleid of wetgeving op het gebied van staatssteun; de Nederlandse standpuntbepaling over nieuwe voorstellen van de Europese Commissie met staatssteun aspecten; de Nederlandse portfolio van staatssteundossiers ten behoeve van een efficiënte afhandeling bij de Europese Commissie. Het ISO kan over de inschakeling van het IOWJZ en de CoCo nadere werkafspraken maken.

Rechtspraak bij dit artikel