Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aansluiting bij het vervangingsfonds

Onderdeel van Reglement Vervangingsfonds en Bedrijfsgezondheidszorg voor het onderwijs· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2018

1. Op grond van artikel 183 van de WPO en artikel 169 van de WEC is ieder bevoegd gezag in Nederland verplicht aangesloten bij het Vervangingsfonds. De personeelsleden van deze bevoegde gezagsorganen vallen onder de verplichte aansluiting met uitzondering van het bepaalde in artikel 3. 2. In afwijking van het eerste lid, is een bevoegd gezag dat op grond van artikel 183, derde lid van de WPO dan wel artikel 169, derde lid van de WEC van de Minister ontheffing heeft gekregen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard, niet aangesloten bij het Vervangingsfonds. 1. Vervanging van een personeelslid dat werkzaam is op basis van een dienstverband bij een bevoegd gezag dat: voor 5 juli 2006 tot stand is gekomen en op die datum niet door het Rijk werd bekostigd; tussen 5 juli 2006 en 1 januari 2009 tot stand is gekomen; komt niet in aanmerking voor bekostiging. 2. Vervanging van een personeelslid dat tussen 5 juli 2006 en 1 januari 2009 een andere functie binnen het bevoegd gezag waar dit personeelslid werkzaam was heeft gekregen, komt niet in aanmerking voor bekostiging. 1. Personeel als bedoeld in artikel 3 kan vrijwillig worden aangemeld door het bevoegd gezag waar het een dienstverband heeft, zodat vervanging van dit personeelslid bij afwezigheid voor bekostiging in aanmerking kan komen. 2. De datum vanaf wanneer het bevoegd gezag in aanmerking komt voor bekostiging van vervanging van vrijwillig aangemeld personeel is bepaald op 1 januari volgende op de datum van aanmelding. 3. De schriftelijke aanmelding dient uiterlijk op 1 november door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen. 4. De aanmelding geschiedt voor het voltallige personeel als bedoeld in artikel 3 dan wel per functiecategorie, waarbij de functiecategorieën directie en leraren als één categorie wordt aangemerkt. 5. De vrijwillige aanmelding is niet van toepassing op personeelsleden voor zover zij op de eerste werkdag van het schooljaar dan wel bij ingangsdatum van de vrijwillige aanmelding door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat zijn om hun functie uit te oefenen. Bedoelde personeelsleden vallen vanaf de datum van hun herstel onder de werking van de vrijwillige aanmelding. Het bevoegd gezag moet een verklaring van een gecertificeerd bedrijfsarts of een verklaring opgesteld onder verantwoordelijkheid van een gecertificeerde bedrijfsarts kunnen overleggen waaruit dit herstel blijkt. 6. De aanmelding geldt voor het gehele kalenderjaar en wordt geacht stilzwijgend te zijn verlengd voor het volgende kalenderjaar. 7. De opzegging dan wel wijziging van de vrijwillige aanmelding van personeel kan uitsluitend plaatsvinden per 1 januari van een kalenderjaar, waarbij één maand opzegtermijn in acht moet worden genomen. De opzegging dan wel wijziging geschiedt schriftelijk. 8. Het tussentijds aanmelden, is slechts mogelijk indien er naar het oordeel van het bestuur sprake is van bijzondere omstandigheden. 9. In afwijking van het vierde lid, kan de vrijwillige aanmelding per 1 januari 2019 uitsluitend voor het voltallig niet vrijwillig aangemeld personeel plaatsvinden. 1. De volgende bevoegde gezagsorganen kunnen in aanmerking komen voor eigenrisicodragerschap: een bevoegd gezag dat een ERD-som heeft van ten minste 20 miljoen euro; een bevoegd gezag dat een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro; samenwerkende bevoegde gezagsorganen die een gezamenlijke ERD-som hebben van ten minste 20 miljoen euro. 2. De peildatum van de in het eerste lid genoemde vaststelling van de ERD-som is 1 november van het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag tot verlening van het eigenrisicodragerschap. Indien aan een bevoegd gezag de status van eigenrisicodrager wordt verleend, komen lopende vervangingen wegens afwezigheid op grond van ziekte en schorsing als bedoeld in artikel 28 per de ingangsdatum van het eigenrisicodragerschap niet meer voor bekostiging in aanmerking. 1. Een bevoegd gezag kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap. 2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari. 3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen. 4. Het Vervangingsfonds verleent aan het bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan het eigenrisicodragerschap, mits het heeft aangetoond dat het een ERD-som heeft van ten minste 20 miljoen euro. 5. Een bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR is gedaan. Indien deze verklaring bij de aanvraag ontbreekt, neemt het Vervangingsfonds de aanvraag niet in behandeling. 6. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend. 1. Een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, informeert het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden als gevolg van fusie of splitsing van dit bevoegd gezag. 2. Het bevoegd gezag informeert het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden. 3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door het bevoegd gezag kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien. 4. Na fusie of splitsing van het bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, toetst het Vervangingsfonds opnieuw ten aanzien van de ERD-som, genoemd in artikel 7, vierde lid en de instemming van de PMR dan wel de PGMR als bedoeld in artikel 7, vijfde lid. Resteert een ERD-som van 20 miljoen euro of meer, dan blijft het bevoegd gezag eigenrisicodrager. 5. Indien na de toetsing als bedoeld in het vierde lid een ERD-som resteert van minder dan 20 miljoen euro, dan verliest het bevoegd gezag het eigenrisicodragerschap met ingang van de eerste dag van het daaropvolgende kalenderjaar. 1. Een bevoegd gezag kan bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap. 2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari. 3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen. 4. Het Vervangingsfonds verleent aan een bevoegd gezag dat een aanvraag als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan en een ERD-som heeft lager dan 20 miljoen euro het eigenrisicodragerschap, indien het heeft voldaan aan de volgende voorwaarden: het bevoegd gezag toont aan dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een GMR, van de PGMR, is gedaan. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; het bevoegd gezag toont aan dat het een met instemming van de PMR of, indien er sprake is van een GMR, van de PGMR, vastgesteld verzuim- en vervangingsbeleid heeft. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; het bevoegd gezag toont aan dat de PMR of, indien er sprake is van een GMR, de PGMR, heeft ingestemd met een rapportage over succesvol uitgevoerd verzuim- en vervangingsbeleid gedurende minimaal een kalenderjaar voorafgaand aan het kalender jaar waarin de aanvraag is ingediend. Het overlegt daartoe een door de PMR dan wel PGMR ondertekende verklaring waaruit deze instemming blijkt; het bevoegd gezag toont aan: dat het in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag een verzuimpercentage heeft van ten hoogste 10 procent; of dat sprake is van een daling van het ziekteverzuimpercentage van het bevoegd gezag in het kalenderjaar voorafgaande aan de aanvraag met ten minste 10 procent ten opzichte van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag. 5. Het bestuur stelt per kalenderjaar de hoogte van het ziekteverzuimpercentage als bedoeld in het vierde lid, onder d vast. 6. Het Vervangingsfonds toetst het verzuimpercentage van het bevoegd gezag als bedoeld in het vierde lid, onder d op basis van de Beleidsregels verzuimgegevens eigenrisicodragerschap. 7. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend. 1. Een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, informeert het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden als gevolg van fusie of splitsing van dit bevoegd gezag. 2. Het bevoegd gezag informeert het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden. 3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door het bevoegd gezag kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien. 4. Na fusie of splitsing van het bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is, toetst het Vervangingsfonds opnieuw ten aanzien van de voorwaarden, genoemd in artikel 9, vierde lid. 1. Samenwerkende bevoegde gezagsorganen kunnen bij het Vervangingsfonds een schriftelijke aanvraag indienen tot verlening van het eigenrisicodragerschap. 2. Het Vervangingsfonds verleent het eigenrisicodragerschap per 1 januari. 3. Uiterlijk acht weken voorafgaand aan deze datum dient de aanvraag door het Vervangingsfonds te zijn ontvangen. 4. De criteria waaraan de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, moet voldoen zijn opgenomen in bijlage 1 van dit Reglement. 5. De aanvraag gaat vergezeld van een lijst van alle bevoegde gezagsorganen die aan de samenwerking deelnemen. Van elk bevoegd gezagsorgaan wordt de ERD-som vermeld. 6. De aanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsplan, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn geregeld: de verantwoordelijkheden en de organisatiestructuur van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; de financiële huishouding van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; het vervangingsbeleid binnen de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; het verzuimbeleid binnen de samenwerking van bevoegde gezagsorganen; afspraken die gelden bij uittreding of toetreding van besturen tot de samenwerkende bevoegde gezagsorganen; maatregelen die zijn genomen ter borging van de instandhouding van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen. 7. De onderwerpen, bedoeld in het zesde lid, moeten zo zijn uitgewerkt dat er óf reeds op het laatste moment van de aanvraag sprake is van gezamenlijk vigerend beleid bij de deelnemende bevoegde gezagsorganen óf dat op zijn laatst op de dag dat het eigenrisicodragerschap ingaat dit gezamenlijk vigerend beleid wordt. 8. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen overleggen bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR van elk van de deelnemende bevoegde gezagsorganen een ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR is gedaan. Indien deze verklaring bij de aanvraag ontbreekt, neemt het Vervangingsfonds de aanvraag niet in behandeling. 9. Bij de behandeling van de aanvraag wordt beoordeeld of de in het zesde lid genoemde onderwerpen, gelet op de kwaliteit en de inhoud, op afdoende wijze in het samenwerkingsplan zijn geregeld. 10. Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag, besluit het Vervangingsfonds of het eigenrisicodragerschap wordt verleend. 11. Voorafgaand aan de aanvraag, kunnen samenwerkende bevoegde gezagsorganen bij het Vervangingsfonds advies aanvragen of de vereiste onderwerpen in het concept-samenwerkingsplan compleet zijn en voldoende zijn uitgewerkt. 12. De aanvraag voor het advies, genoemd in het elfde lid, wordt uiterlijk 15 september van het betreffende kalenderjaar bij het Vervangingsfonds ingediend. Binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag ontvangt de aanvrager een advies. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. 1. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn, informeren het Vervangingsfonds over wijzigingen die optreden binnen de samenwerking. Deze wijzigingen kunnen betrekking hebben op: de samenstelling van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen als gevolg van uittreding; de samenstelling van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen als gevolg van toetreding; de wijziging in het samenwerkingsplan van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen. 2. De samenwerkende bevoegde gezagsorganen informeren het Vervangingsfonds uiterlijk 8 weken voordat de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid, zullen plaatsvinden. 3. De wijzigingen dan wel het niet tijdig informeren door de samenwerkende bevoegde gezagsorganen kunnen het Vervangingsfonds aanleiding geven het eigenrisicodragerschap te herzien. 4. Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt opnieuw toetsing plaats ten aanzien van de gezamenlijke ERD-som van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen. Resteert een gezamenlijk ERD-som van 20 miljoen euro of meer, dan blijven de bevoegde gezagsorganen die samenwerken eigenrisicodrager. Resteert een ERD-som van minder dan 20 miljoen euro, dan vervalt bij deze bevoegde gezagsorganen het eigenrisicodragerschap per de eerste dag van het nieuwe kalenderjaar. 5. Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder a, vindt ten aanzien van het bevoegd gezagsorgaan dat als gevolg van uittreding geen deel meer uitmaakt van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen opnieuw toetsing plaats ten aanzien van de voorwaarden als bedoeld in artikel 7 dan wel artikel 9. 6. Bij de wijziging als bedoeld in het eerste lid, onder b, overlegt ieder toetredend bevoegd gezag een daarop gerichte aanvraag bij het Vervangingsfonds. Deze aanvraag gaat vergezeld van: een door de PMR of, indien sprake is van een PGMR, door de PGMR ondertekende verklaring waaruit blijkt dat de aanvraag met instemming van de PMR dan wel PGMR van elk van de deelnemende bevoegde gezagsorganen is gedaan; de vereiste standaard kengetallen zoals genoemd in bijlage 1 van dit Reglement; een ondertekende verklaring van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen dat het samenwerkingsplan ongewijzigd is; een ondertekende verklaring van de samenwerkende bevoegde gezagsorganen dat deze toetreding toestaan volgens het geldende samenwerkingsplan. 7. Indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het zesde lid onder a tot en met d, verleent het Vervangingsfonds het toetredend bevoegd gezag de status van eigenrisicodrager per de eerste dag van het nieuwe kalenderjaar. Vervallen. 1. Het eigenrisicodragerschap wordt verleend voor een periode van minimaal drie kalenderjaren. 2. Minimaal drie maanden voor afloop van de termijn, genoemd in het eerste lid, kan een bevoegd gezag dat eigenrisicodrager is of kunnen samenwerkende bevoegde gezagsorganen die eigenrisicodrager zijn, een aanvraag indienen om het eigenrisicodragerschap op te heffen. 1. Een bevoegd gezag komt in aanmerking voor het eigenrisicodragerschap per 1 januari 2019, indien is voldaan aan de voorwaarden, genoemd onder a en b. het Vervangingsfonds dient de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap uiterlijk 31 oktober 2018 te hebben ontvangen. het bevoegd gezag overlegt bij de aanvraag een verklaring waaruit blijkt, dat de aanvraag met instemming van de PMR of, indien sprake is van een PGMR, de PGMR, is gedaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel